Samen bouwen aan een PLG[1]-cultuur

Scholen zijn continue bezig met schoolontwikkeling en onderwijsvernieuwingen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het werken met een nieuwe methode (rekenen, taal sociaal-emotionele vaardigheden), coöperatief leren invoeren of het verbeteren van de leerkrachtvaardigheden volgens de principes van Marzano (zie ‘Wat werkt op school’).  

Dergelijke besluiten worden door de schoolleiding genomen al dan niet in overleg met teams waarna veelal een cursus, workshop of anderszins scholing wordt verzorgd. Vaak zijn er nog terugkomdagen en als het een beetje meezit, volgt ook nog een klassenbezoek met nagesprek.  

Maar ben je er dan? Is er dan sprake van dat je ‘het’ ook echt kan? En wat doe je dan als dat niet zo is? En, ook niet onbelangrijk, beklijft het ook en is er sprake van verdere ontwikkeling? Oftewel hoe borg je nu dat de betreffende onderwijsvernieuwing duurzaam wordt ingezet?

Een middel hiertoe is de ontwikkeling naar:

‘Een leergemeenschap van leraren en schoolleiding waarbij collectieve reflectie op en verbetering van het werk in de klas en in de school centraal staan. Er is sprake  van het permanente samen delen, onderzoeken en verbeteren van de praktijk van leerkrachten en schoolleiding om zo het onderwijs aan de leerlingen te verbeteren.’ (Verbiest, 2003).

Maar hoe kom je daar nu toe?

Er zijn een aantal belangrijke kenmerken (voorwaarden) te benoemen waaraan een PLG moet voldoen, welke liggen op het a) persoonlijke, b) interpersoonlijke en c) organisatorische vlak:

a)     Leerkrachten reflecteren op hun eigen aanpakken en zoeken steeds naar betere aanpakken waarbij ze mede gebruik maken van onderwijskundig onderzoek en praktijkvoorbeelden.

b)     Het team ontwikkelt samen een visie over leren en onderwijs en er worden beslissingen genomen in lijn met deze visie waarbij leerkrachten zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor het leren van alle leerlingen op school. Er is sprake van collectief leren en werken bij het verwerven van nieuwe kennis, het oplossen van problemen van leerlingen, het geven van feedback over de manier van lesgeven en het verbeteren van de eigen aanpak om de leerlingresultaten te verbeteren.

c)     Er is sprake van vertrouwen en respect tussen teamleden waarbij leerkrachten elkaar durven aan te spreken op professioneel functioneren en worden initiatieven om het onderwijs te verbeteren door collega’s gewaardeerd. De schoolleider is hierbij toegankelijk en een bron van nieuwe ideeën en zorgt voor effectieve communicatie tussen leerkrachten. (Verbiest, 2003).

Waar ik nu heel benieuwd naar ben, is in hoeverre van een PLG sprake is binnen de eigen organisatie en hoe dat dan zichtbaar is. Wat herken je? En wat niet? Wat vind je terug in je eigen schoolorganisatie als je kijkt naar bovenstaande kenmerken? En hoe wordt dat georganiseerd?

Ik kijk uit naar de reacties!

Deze blogpost is onderdeel van een Quadblog.

Bron:

Verbiest, E. (2003). Collectief leren, professionele ontwikkeling en schoolontwikkeling: facetten van professionele leergemeenschappen. Handboek schoolorganisatie en onderwijsmanagement, E4300 1–24.


[1] Professionele leergemeenschap

Advertenties

5 gedachten over “Samen bouwen aan een PLG[1]-cultuur

  1. Binnen mijn eigen organisatie is er geen sprake van een PLG die voldoet aan de beschreven criteria in de zin dat dit op deze wijze bewust als zodanig is opgezet.
    Leerkrachten reflecteren over het algemeen wel in meer of minder mate over hun eigen functioneren. In hoeverre hiervan gebruikt gemaakt wordt van onderwijskundig onderzoek is lastig te beoordelen omdat hierover een beperkt contact plaats vindt. De meeste reflectie vindt plaats binnen vaksecties en de mate waarin en de wijze waarop dit bijdraagt aan het verbeteren van het onderwijs door individuele docenten varieert hierbij sterk per vaksectie. Onderlinge uitwisseling tussen vaksecties is zeer beperkt en vindt eerder plaats op basis van contacten tussen individuele docenten.
    Intervisie en intercollegiale visitatie wordt gestimuleerd door de schoolleiding maar voor wat betreft de praktische uitvoering overgelaten aan het eigen initiatief van docenten.
    Onderlinge waardering voor getoonde en gedeelde initiatieven is groot, navolging vindt plaats in beperkte mate.
    Mijn indruk is dat de situatie in mijn organisatie redelijk standaard is. De dagelijkse standaard taken en gebeurtenissen die directe actie vereisen nemen veel tijd in en smoren veel van de goede bedoelingen met betrekking tot geïntegreerd verbeteren van het onderwijs.

  2. PLG betekent Permanente Leergemeenschap?

    In je omschrijving van Verbiest herken ik veel van onze peer groepen. Schoolleiding stuurt en faciliteert, docenten bedenken en voeren uit. Intervisie gaan we dit jaar mee starten. De peer-groep “in de les” heeft bedacht dat we alleen weten of ons onderwijssysteem werkt als we bij elkaar kijken. Dus gaan groepjes docenten bij elkaar kijken. 4 keer in het jaar gaan die elke periode wisselende groepjes babbelen over wat ze gezien en geleerd hebben over het onderwijssysteem. Nadrukkelijk zal het niet over de kwaliteit van de docent moeten gaan. Elk groepje vertelt plenair iets over hun ervaringen en leermomenten.

    Vertrouwen is van groot belang. Docenten bashen moet echt aan de leerlingen voorbehouden zijn. Als docenten dat gaan doen is het verband snel verdwenen. Eilandjes worden snel gevormd. Ook de verschillen tussen eerste en tweede graads (en OOP) of LB, LC en LD docenten moet niet in de weg staan, zoals op brede scholen vaak voorkomt. Als de LD docenten cq eerste graders in een sectie of team besluiten welke klassen naar welke docenten gaan (waarbij zij vanzelfsprekend de bovenbouw havo en vwo toegewezen krijgen), kun je eigenlijk niet meer spreken van een PGL. Dit gebeurt vaak, op verschillende manieren. Die hiërarchie is heel erg destructief voor elke vorm van samenwerking is mijn ervaring.

    Grappig dat het idee wat we ontwikkelt hebben ook al 10 jaar geleden onderbouwd en beschreven is. 😉 Al klinkt dat wellicht arrogant.

    Een ander idee die wellicht op het zelfde neer komt bij grotere scholen zijn resultaat verantwoordelijke teams. Al is dat een benadering vanuit een organisatie en niet zo zeer vanuit een onderwijsvisie.

  3. Oeh. je raakt een snaar en als ik zou gaan antwoorden dan lijkt dat antwoord erg op dat van Frans. Ik zou het zo graag anders willen (een krachtige leercommunity) en de voorwaarden die je noemt klinken mij als muziek in de oren. Waarbij ik me, als het gaat om toepassen van onderzoek in het onderijs erg kon vinden in dit artikel (http://onderzoekonderwijs.net/2013/09/12/5373/)
    De nadruk bij bijeenkomsten/samenwerken nu ligt op de inhoud van de les en gaat in veel mindere mate over de didactiek/pedagogiek. Ik merk dat intervisie (waar jullie al eerder op reageerden tijdens quadblog) tot nu toe het meest effectieve middel is gebleken om toch samen te leren. Een ander effectief middel voor me is Quadbloggen. Ik merk dat ik dmv deze blogs sterk betrokken ben bij jullie zoektocht naar goed onderwijs.
    Helpt dit al?

  4. Pingback: Quad-bloggen « De lerende docent.

  5. Frans heeft al opgeschreven hoe het bij ons ook gaat. Er is bij ons op school een onderzoeksgroep, maar de resultaten zijn niet altijd bekend en niet vaak bruikbaar voor de docenten. Intervisie organiseren betekent er met drie van de 100 collega’s zitten. Er is weinig tijd voor overleg met secties en tussen secties. Maar nu wordt het gezeur… We zijn er nog lang niet…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s