Manuela Bazen-Steenkamp

Weblog

Hoe vermeld je de bron van een afbeelding op je (edu)blog of Yurls? | André Manssen blogt Vanaf de Zijlijn

Dat je teksten en afbeeldingen (foto’s, illustraties, schema’s, tekeningen, e.d.) niet zomaar klakkeloos van een website of weblog van iemand anders mag kopiëren om dan die afbeelding op jouw eigen website, (edu)blog of anderszins te gebruiken – bijvoorbeeld jouw Yurls – zal iedereen (hopelijk) wel weten. Hetzelfde geldt voor het zomaar overnemen van plaatjes uit „Google Afbeeldingen”. Op alle afbeeldingen die je op het internet vindt rust auteursrecht (copyright). Toch zijn er ( en gelukkig maar!) uitzonderingen, die het mogelijk maken om afbeeldingen van anderen te (her)gebruiken.

Lees het volledige bericht op: http://www.manssen.nl/2015/03/30/hoe-vermeld-je-de-bron-van-een-afbeelding/

Source: www.manssen.nl

See on Scoop.itMaster Onderwijskunde Leren & Innoveren

Let the games begin: Gids voor ouders over gamen

Speelt jouw kind games of spelletjes op de computer, spelconsole of tablet? De kans is groot. Onderzoek wees uit dat 96,4% van de Vlaamse kinderen en jongeren soms games speelt. Games zijn niet alleen een leuke manier om de tijd te verdrijven.

Source: mediawijs.be

Gids is gratis te downloaden.

See on Scoop.itMediawijsheid en ouders

Periscope, Twitter’s answer to Meerkat-style live streaming, is now available

Live-streaming apps are the thirstiest of all media. A Facebook post wants a like, a tweet begs for favs, and a snap means little without a response. But for sheer drop-everything, look-at-me…

Source: www.theverge.com

Het antwoord van Twitter op Meerkat….. Maar nog wel alleen voor iPhone. Android komt snel.

See on Scoop.itMediawijsheid en ouders

Les Nice to meet you: kritisch kijken naar je eigen online profiel

LES NICE TO MEET YOU: KRITISCH KIJKEN NAAR JE EIGEN ONLINE PROFIEL

“Aangenaam kennis te maken”. Zeggen we dat nog wel eens? We komen steeds vaker met elkaar in contact via sociale media zonder elkaar fysiek te zien of te kennen. Dat brengt weer nieuwe omgangsvormen met zich mee waar we als volwassenen soms nog zoekende in zijn. Hoe leer je jongeren dan de do’s en don’ts in het aangaan en onderhouden van sociale contacten online? De les ‘Nice to meet you’ laat jongeren kritisch naar hun online gedrag kijken en bewust maken van de risico’s van profielsites.

In juni 2013 vond de #Youthbattle Gezonde Leefstijl plaats. Studententeams bedachten binnen een week kansrijke ontwerpen om jongeren via/met sociale media gezonder te laten leven.

Hier rolde ook het eerste concept van Nice to meet you uit:

Een interventie waarmee brugklasleerlingen (12-13 jaar) elkaar tijdens hun eerste schooldag in stappen leren kennen. Met een speciale tool waarin alle profielfoto’s van de leerlingen zijn verzameld, vormen ze een eerste beeld van hun klasgenoten. Daarna maken ze écht kennis en zullen ze zien in hoeverre hun eerste ideeën daadwerkelijk blijken te kloppen. Dit vormt aanleiding tot discussie: wat is bijvoorbeeld het effect van een snel oordeel op basis van uiterlijk, zowel offline als online?

JONGEREN GAAN ZORGVULDIG OM MET HUN ONLINE GEGEVENS

Het oorspronkelijke concept ging ervan uit dat de meeste leerlingen een online profiel hebben. Dat viel tegen. Of eigenlijk viel het mee. Jongeren gaan zorgvuldiger om met hun online gegevens dan vermoed werd. Bij een pilot bleek dat de meeste leerlingen helemaal geen profiel hadden en als ze het al hadden was het afgeschermd. Het uitgangspunt van het concept dat leerlingen een oordeel vormen op basis van elkaars profielfoto was niet uitvoerbaar en de les kreeg een andere opzet. 

WAT IS ER ALLEMAAL VAN MIJ TE VINDEN EN WAT BETEKENT DIT?

Nice to meet you is een les van 1 of 2 lesuren waarin leerlingen kritisch kijken naar de manier waarop ze zichzelf op sociale media presenteren en profileren. In de les denken de leerlingen na over hun eigen online profielen, digitale uitingen en informatie. Zij beantwoorden enkele vragen hierover. De uitkomsten vormen de aanleiding tot discussie: wat is er allemaal van mij te vinden en wat betekent dit?

Nice to meet you is er voor leerlingen uit groep 8 van het basisonderwijs en uit de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De les kan bijvoorbeeld tijdens het vak Maatschappijleer of tijdens de mentoruren ingezet worden. De les sluit aan op de mediawijsheid competentie C3 Participeren op sociale netwerken, niveau 3.

VERBINDING TUSSEN EEN PESTINTERVENTIE EN AANDACHT VOOR ONLINE PESTEN

Inmiddels werken 80 scholen met de les. Nice to meet you wordt door docenten als zeer positief ervaren. Het onderlinge gesprek over (online) pesten wordt geopend op een laagdrempelige wijze. Ook biedt de les mogelijkheden om tijdens het werken met een anti-pest interventie extra aandacht te vragen, specifiek op het gebied van online pesten. Door het gesprek met de leerlingen, krijgt de docent feedback van en over de leerlingen waar de docent in latere lessen mee verder kan.

Nice to meet you is dan ook nadrukkelijk bedoeld als verbinding tussen pestinterventie en aandacht voor online pesten. De school kan op basis van de uitkomsten bekijken welke verdere interventies rondom (online) pesten noodzakelijk zijn.

PRAKTIJKVOORBEELD: “WAAT? BEN JE VRIENDEN MET HAAR?”

In onze eigen gastlessen over pesten en Pestweb gebruiken we een aantal onderdelen van Nice to meet you. Twee weken terug waren we op een middelbare school in Friesland. We laten de leerlingen reageren op de stelling: ‘Ik weet precies wat er online over mij te vinden is’.

Een jongen uit 2 havo wil wel laten zien wat er op zijn Facebook staat. Op het scherm, voor de hele klas. Hij laat een foto zien van zichzelf met zijn scooter. Klasgenoten vragen daarna of hij wat naar beneden wil scrollen in zijn tijdlijn. Opeens begint de hele klas te lachen. “Waat? Ben je vrienden met haar?” De jongen wordt rood in zijn gezicht. Er staat een foto van een meisje op zijn tijdlijn waar hij vrienden mee is. Zelf zegt hij niet meer te weten dat hij vrienden met haar was. En blijkbaar vindt de rest van de klas het grappig en gek.

Ik vraag of hij besefte dat iedereen kan zien dat hij vrienden met haar is. Dat had hij zich niet gerealiseerd. Voor de rest van de klas een hernieuwde kennismaking met hun klasgenoot en de jongen zelf denkt nu waarschijnlijk langer na voor hij een vriendenverzoek accepteert.

Het project ‘Nice to meet you’ is ontwikkeld door Codename Future, in opdracht van RIVM en mede tot stand gekomen door het NJi, Remco Pijpers (Kennisnet) enSchool & Veiligheid.

Download lesmateriaal

» Bij de lesmodule Nice to meet you hoort een docentenhandleiding. Hierin wordt de opbouw van de les toegelicht en voorzien van praktische handvatten om met leerlingen in gesprek te gaan over hun activiteiten op sociale media. Download de handleiding hier.

» De les is gratis te downloaden via de website van Codenaam Future.

Source: www.mediawijzer.net

Doelgroep:

Groep 8 basisonderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs. Omdat het een instaples is en u als docent de mogelijkheid heeft de digibordles tijdens de uitvoering verder te duiden op het niveau van de bewuste klas, kan deze vrij breed worden ingezet van VMBO kader tot en met VWO.

See on Scoop.itVerzamelde lessen Mediawijsheid

Drie tips om moderne media in te zetten in het onderwijs

Veel scholen zijn bezig met het maken van een beleid om hun leerlingen mediawijs te maken. Tijdens deze ontdekkingstocht komen ze erachter dat mediawijsheid veel kanten heeft. De aanleiding is vaak dat mediawijsheid vooral betrekking heeft op het veilig gebruik van internet en in het bijzonder het gebruik van sociale media. Maar het is veel groter dan dat. Waar lopen scholen tegenaan? Aan de hand van drie tips laat ik zien hoe je moderne media kunt inzetten in het onderwijs.

Kinderen moeten leren hoe ze op een veilige manier internetten en gebruik maken van sociale media: geef jezelf niet figuurlijk en letterlijk bloot op internet, weet met wie je aan het chatten bent en zorg voor veilige wachtwoorden. Maar al snel ontdekt een school dat mediawijsheid een veel breder begrip is. Het gaat ook om het verantwoord gebruik van moderne media: bijvoorbeeld dat je ook online met respect omgaat met anderen en dat dat voor veel kinderen best moeilijk is.

Hoe vaak hoort een leerkracht niet: “zo had ik die opmerking niet bedoeld! Ik wist niet dat het zo zou overkomen!” Maar het kwaad is dan al geschied. En dan? Het probleem wordt besproken in de klas, de ruzie moet worden bijgelegd. Maar deze incidentmethode, zoals ik hem noem, draagt niet bij aan het imago van het gebruik van sociale media. Het komt op deze manier zo makkelijk in de hoek van ‘het internet is gevaarlijk’. Daar gebeuren allemaal vervelende dingen. Daar moet je eigenlijk niet zijn. En dat terwijl het gebruik van sociale media en web 2.0 toepassingen niet meer weg te denken is en juist ook heel positief ingezet kan worden.

MEDIAWIJSHEID KOMT IN VEEL VAKGEBIEDEN AAN BOD

Mediawijsheid bestaat uit meer competenties (zie ook het Mediawijsheid Competentiemodel) die hierboven geschetst zijn. Het gaat om het zijn en worden van een volledig mens die opgroeit tot een verantwoorde burger in de samenleving. Iemand die de media kan inzetten om zich te ontplooien tot een wereldburger die geïnteresseerd is in de wereld om hem heen. Iemand die moderne media inzet om informatie op te doen en kennis te verwerven, om zich creatief te uiten en die in staat is om in te zien welke invloed moderne media willen en kunnen uitoefenen.

HOE ZET JE MODERNE MEDIA IN OP SCHOOL? DRIE TIPS:

  1. Communicatie afstemmen op de doelgroep

De papieren nieuwsbrief volstaat niet meer. Ouders willen op een andere manier geïnformeerd worden over de plannen van de school, de roosterwijzigingen en de activiteiten die op stapel staan. De wereld is zoveel sneller geworden, daar kan de school niet aan voorbij gaan. Maar tegelijkertijd moet de school zich ook realiseren dat er grenzen zijn en dat er beleidsmatig keuzes gemaakt moeten worden. Het is onmogelijk om én de website bij te houden, én via Facebook, Twitter en WhatsApp je boodschap uit te dragen. Kijk goed welk medium je wilt inzetten en communiceer de keuzes goed naar de ouders en kinderen toe. Een aantal dingen lijkt mij duidelijk:

  • Nee, leerkrachten worden geen vrienden met kinderen en ouders op Facebook
  • Als er verschil van mening is met de leerkracht, wordt dit niet via Twitter rondgebazuind
  • Als een ouder een probleem heeft, gaat hij naar de school toe.
  1. In gesprek met elkaar met behulp van het Social Media spel

Wil je mediawijsheid implementeren in het onderwijs? Alles bij elkaar is er een waslijst aan overwegingen. Er zijn al verschillende organisaties die aanbieden om scholen door middel van workshops en studiedagen te helpen bij een mediawijs beleid. Denk bijvoorbeeld aan het visiespelSlim met media, of een van de spellen die blogger Hannelore al eerder op een rij heeft gezet.

Wij hebben voor scholen (of het bestuur) het Social Media spel bedacht. Met het Social Media spel ervaren leerkrachten hoe ze met behulp van sociale media en andere online toepassingen hun onderwijs kunnen verrijken en de leerlingen kunnen uitdagen op een moderne manier. Het spel daagt leerkrachten uit in gesprek te gaan aan de hand van good practices, stellingen en dilemma’s. Daarnaast kijken we ook hoe we mediawijsheid kunnen inbedden in het onderwijsprogramma. Meer informatie is aan te vragen via onze website.

  1. Leerlijn Mediawijsheid: breng activiteiten in kaart

Breng in kaart welke mediawijze activiteiten er in welke groepen al worden uitgevoerd. Er zitten al heel wat mediawijsheidsactiviteiten ‘verstopt’ in methoden voor bijvoorbeeld begrijpend lezen, geschiedenis, taal, etc. Door deze activiteiten voor alle jaargroepen te inventariseren, wordt ook duidelijk waar eventuele hiaten zijn en deze kunnen dan worden aangevuld met activiteiten om ervoor te zorgen dat er een leerlijn mediawijsheid ontstaat.

» Hier vind je een overzicht van mediawijsheid lesmateriaal

Dan rest de huidige en gewenste mediawijsheidscompetenties van de leerkrachten in kaart te brengen. Wat moeten zij kennen en kunnen op het gebied van mediawijsheid? De benodigde competenties zijn gedefinieerd in het Mediawijsheid Competentiemodel. Tot slot dienen de mediawijze groepsactiviteiten uitgevoerd en na afloop goed geëvalueerd te worden.

» Lees ook: ‘Mediawijsheid in het primair onderwijs: wat doet men eigenlijk?
» Tip: download de brochure ‘Mediawijsheid voor schoolbestuurders’

Hoe geef jij vorm aan mediawijsheid in het onderwijs?

Dit artikel is in samenwerking geschreven met Henk Heurter.

Source: www.mediawijzer.net

See on Scoop.itVerzamelde lessen Mediawijsheid

Dit moet je weten: 7 onderzoeksresultaten over jeugd en media

Mediagebruik hoeft geen struikelblok te zijn in de opvoeding. Dat zegt prof. dr. Patti Valkenburg, hoogleraar Media, Jeugd en Samenleving aan de Universiteit van Amsterdam in haar laatste boek ‘Schermgaande jeugd’. Met dit boek steekt zij ouders en professionele opvoeders een wetenschappelijk onderbouwd hart onder de riem.

Door de vele afkeurende nieuwsberichten ontstaat makkelijk de indruk dat media vooral negatieve effecten hebben op de jeugd. Uit onderzoek komt echter een ander beeld naar voren. In haar boek bespreekt Valkenburg de laatste stand van zaken rond het gebruik, de aantrekkingskracht en de effecten van media onder kinderen en jongeren. Ze verwijst naar uiteenlopende onderzoeken, licht onderzoekstermen toe, geeft heldere uitleg over de manier waarop die onderzoeken zijn uitgevoerd, de technieken die zijn ingezet en de waarde die we eraan moeten hechten. ‘Schermgaande jeugd’ bevat maar liefst 416 pagina’s bronmateriaal en is verrassend leesbaar, overzichtelijk en bevat een positieve rode draad. Daarmee is het een onmisbaar boek voor mediacoaches, mediamakers en (professioneel) opvoeders.

In aanloop naar het 7e Nationaal Mediawijsheid Congres – waar Patti Valkenburg overigens ook zal spreken – selecteerde ik 7 onderzoeksresultaten die je als (professioneel) opvoeder of mediamaker moet kennen.

1. WAAROM IS DE TABLET BIJNA ONWEERSTAANBAAR VOOR JONGE KINDEREN?

Uit onderzoek blijkt dat jonge kinderen zich vooral aangetrokken voelen tot dingen die passen bij hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. Ofwel: wat ze (nog) niet snappen, interesseert ze ook (nog) niet. De technologie van tablets sluit feilloos aan bij hun motorische en cognitieve ontwikkelingsniveau, net als de inhoud:

  • Apps met bewegende en kleurrijke figuurtjes
  • Geanimeerde geluiden
  • Contrastrijk beeld
  • Instant feedback; je doet iets en er verandert direct iets

2. KUNNEN KINDEREN AGRESSIEF – OF ZELFS CRIMINEEL – WORDEN VAN MEDIA-GEWELD?

De meeste theorieën beschouwen mediageweld slechts als één van de bepalende factoren voor agressief en crimineel gedrag. Recente studies naar het effect van computergames op agressief gedrag laten klein tot middelgroot positief verband zien. Het verband met criminele gedrag is echter veel kleiner. Ook bij normaal gamegedrag is geen verband aangetoond.

Wanneer normaal gamegedrag omslaat in pathologisch gamen, gaat dat wel vaker gepaard met conflicten en problemen in de sociale omgeving. Ongeveer 5% van de jongeren heeft hier last van.

3. WAT IS DE INVLOED VAN ONLINE PORNO?

Onderzoek laat zien dat het bekijken van online porno invloed heeft op de kennis, opvattingen en het gedrag van jongeren. De effecten die zijn gevonden, zijn echter minimaal. Op veel kinderen en jongeren zal seks in de media dus niet of nauwelijks effect hebben. Seksuele media helpen jongeren juist om hun seksualiteit te ontdekken en te vormen.

Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de positieve effecten van seks in de media, maar onderzoekers laten wel zien dat het bekijken van porno – of andere vormen van seksuele media – de kennis over seks vergroten, denk hierbij aan condoomgebruik of seksuele handelingen.

44% van de jongens en 18% van de meisjes van 12-14 jaar heeft in het laatste jaar doelbewust op internet naar porno gezocht. Van de 15-17 jarigen is dat 62% en 22%. De meerderheid is wel eens per ongeluk op porno gestuit.

Valkenburg adviseert opvoeders in haar boek om jongeren vooral te leren omgaan met seks in de media, in plaats van ze af te schermen.

4. WAT ZIJN POSITIEVE EN NEGATIEVE EFFECTEN VAN GAMEN?

Spelen is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Diverse onderzoeken laten zien dat dat ook geldt voor digitaal spelen. Er zijn positieve effecten te zien op het gebied van ruimtelijk inzicht, werkgeheugen, geduld, probleemoplossend vermogen, oog-handcoördinatie en creativiteit.

Verreweg het meest negatieve effect – bij normaal gamegedrag – is het vele zitten. Een inactieve leefstijl is een gevaar dat voor bijna alle kinderen en jongeren op loer ligt en grote gevolgen heeft voor hun gezondheid. Groter dan een WhatsAppduim of een gamebochel.

Gamen is overigens allang niet meer domein van jonge mannen. Ook peuters, kleuters, meisjes, vrouwen en senioren zijn massaal gevallen voor casual games, brain games en serious games. De oorzaak hiervan wordt gezocht in het toegenomen gebruikersgemak (touch screen) en de groeiende variëteit in aanbod en genres.

Top5 games bij jongens 10-15 jaar

  1. Minecraft
  2. Call of duty
  3. Grand Theft Auto
  4. Fifa
  5. Leagau of Legends

Top 5 games bij meisjes 10-15 jaar

  1. Candy Crush
  2. De Sims
  3. Just Dance
  4. Subway Surfers
  5. Minecraft

Het opvallende is dat Minecraft populair is bij zowel jongens als meisjes. Beide sexen kunnen hun interesse en creativiteit kwijt in dit spel. Verder verschillen jongens en meisjes dus weldegelijk in hun voorkeur voor de inhoud, maar inmiddels is er geen verschil meer in de hoeveelheid tijd die zij spenderen aan digitale media.

5. HOEVEEL NUT HEEFT RECLAMEWIJSHEID?

Overal ter wereld worden kinderen en jongeren geconfronteerd met gemiddeld 28 tv-reclames per uur. Welke invloed heeft dat op ze?

Studies laten zien dat reclame en product placement een heel sterke invloed heeft op het vraaggedrag van kinderen. Het is echter niet de meest belangrijke invloed, maar een van velen. Verder kunnen kinderen en jongeren die veel reclame zien materialistischer zijn, meer conflicten hebben met hun ouders en gevoeliger zijn voor obesitas.

Reclamewijsheid – het herkennen en doorzien van reclame – ontwikkelt zich grotendeels in de basisschoolleeftijd. Reclamewijsheid is echter onvoldoende om kinderen niet te laten verlangen naar mooie en/of ongezonde producten. Dat geldt ook voor volwassenen, ook al weten we dat reclame overdrijft, we vinden het soms toch leuk/informatief en kunnen verlangen naar het product.

Datzelfde zien we bij media waarin sterke emoties worden opgeroepen, zoals horrorfilms. Angst is een heftige emotie, maar zorgt tegelijkertijd ook voor aantrekkingskracht. Mensen hebben angst nodig om zichzelf te beschermen. Door kinderen te wijzen op de gevaren van het verkeer, leren ze veilig de straat oversteken. Kinderen die niet leren wat de risico’s zijn, zijn kwetsbaarder dan andere kinderen.

6. HOE KUN JE VOORSPELLEN WELK EFFECT MEDIA HEEFT OP JOUW KIND?

Vroeger ging onderzoek ervan uit dat mediagebruik de oorzaak is van veranderingen in kennis, emoties, attitudes en gedrag. Tegenwoordig gaan we ervan uit dat mediagebruik zowel oorzaak als gevolg is. Mediagebruik is immers ook een gevolg van factoren binnen onszelf:

  • Persoonskenmerken
  • Leeftijd/ontwikkelingsniveau
  • Sociale omgeving

Al deze factoren bepalen hoe, hoe vaak en welke media we gebruiken. Mediagebruik is het gevolg van (met) wie we (willen) zijn.

7. HOE KUN JE ALS OPVOEDER DE NEGATIEVE EFFECTEN VAN MEDIA TEGENGAAN EN DE POSITIEVE VERSTERKEN?

Uit al die wetenschappelijk onderzoeken heeft Valkenburg een aantal opvoedadviezen weten te destilleren.

  • Een autoritatieve opvoedstijl werkt het beste, dit stimuleert zelfredzaamheid.
  • Stel grenzen aan mediagebruik, zowel aan inhoud, aan tijd als aan locatie. Kinderen gedijen goed onder regels.
  • Wees echter niet té restrictief, dat werkt averechts.
  • Praat voor/tijdens/na mediagebruik met je kind. Hierdoor vorm je als ouder(s) en/of opvoeder(s) een tegenwicht tegen ongewenste normen en waarden. Het stimuleert kinderen om vrijwillig hun ervaringen met ouders te delen en helpt daarmee de positieve ervaringen te versterken en de negatieve af te zwakken.
  • Voorkom gewoontevorming.
  • Leer je kind dat mediagebruik één van de activiteiten is, niet de hoofdactiviteit.
  • Zorg voor een actieve leefstijl.
  • Wanneer je schermtijd beperkt, bied dan wel alternatieven.

CONCLUSIE

Valkenburg laat zien dat de meeste kinderen baat hebben bij de nieuwste generatie schermmedia. In haar boek ‘Schermgaande jeugd’ laat zij zien dat er geen disciplineoverstijgende theorie is over de effecten van media op kinderen. Alle nuances, voors, tegens en verschillende aanpakken passeren de revue op een aangenaam leesbare wijze.

‘Schermgaande jeugd’ is een absolute aanrader voor iedereen die zich met mediaopvoeding bezighoudt, en zijn/haar doelgroep onderbouwde en praktische adviezen wil geven.

Source: www.mediawijzer.net

Het boek is een aanrader!

See on Scoop.itMediawijsheid en ouders

Onderzoek Iene Miene Media: Ouders in spagaat door toename mediagebruik

Ouders komen steeds vaker in een spagaat door de toename van het mediagebruik van hun kinderen. Aan de ene kant staan ze hun kinderen steeds vaker en langer toe om met tablets en computers te spelen, zelfs tot in de slaapkamer. Aan de andere kant zijn ouders er ook van overtuigd dat media geen ‘must’ voor hun kinderen zijn en vinden ze dat kinderen beter iets anders kunnen doen dan met media bezig te zijn. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek Iene Miene Media van het Nederlands Jeugdinstituut in opdracht van Mediawijzer.net onder ruim 1000 ouders van kinderen van 0 t/m 8 jaar. Mediawijzer.net roept ouders tijdens de Media Ukkie Dagen op om bewust te kiezen voor zowel kwaliteit van media als voor voldoende ‘offline’ speeltijd.

CIJFERS MEDIAGEBRUIK JONGE KINDEREN

  • Jonge kinderen besteden steeds meer tijd aan schermmedia als tablets en smartphones. Zo besteden kinderen van 1-4 jaar dagelijks tweeëneenhalf keer zo veel tijd (34 minuten) aan een tablet dan in 2012 (12 minuten).
  • Kinderen van 5-8 jaar maken met 15 minuten per dag tweeëneenhalf keer zo lang gebruik van een smartphone dan in 2012 (6 minuten).
  • De televisie neemt anno 2015 in de wereld van jonge kinderen nog steeds de meest prominente plaats in (1-4 jaar: 46 minuten per dag, 5-8 jaar: 53 minuten per dag).
  • 51% vindt dat ‘gewoon speelgoed’ beter is voor kinderen (slechts 6% is het hier niet mee eens) en 48% van de ouders vindt dat kinderen beter iets anders kunnen doen dan media gebruiken (slechts 8% is het hier niet mee eens).

De top-3 vragen waar ouders mee zitten in de mediaopvoeding zijn:

  1. Hoe garandeer ik de veiligheid van mijn kind online?
  2. Hoe kan ik bepalen of een website, app of spelletje goed is voor mijn kind?
  3. Wat is voor mijn kind een normale tijd om per dag gebruiken te maken van digitale media?

MEDIA IN DE SLAAPKAMER

Uit het onderzoek blijkt verder dat media steeds verder doordringen in de slaapkamers van jonge kinderen. De televisie (12%), de tablet (6%) en de spelcomputer (6%) zijn met een opmars bezig in vergelijking met afgelopen jaren. ‘Gewone’ kinderboekjes zijn nog altijd dominant aanwezig in de slaapkamer (87% heeft minstens een boekje op de slaapkamer). De toename van smart-media lijkt vooral toe te schrijven aan de groep jonge kinderen van 1-4 jaar.

Onderzoeker prof. dr. Peter Nikken van het NJI zegt hierover: “Veel ouders maken zelf regelmatig gebruik van schermen: op het werk, thuis en onderweg. Kinderen krijgen daardoor een belangrijk voorbeeld over hoe belangrijk media zijn. Voor hen is het dus steeds gewoner dat ze zelf ook media gebruiken op allerlei momenten van de dag en op allerlei plekken. Het is goed om ouders erop te wijzen dat zij voor een goede balans van activiteiten moeten zorgen: naast media moet er ook voldoende tijd zijn voor slapen, vrij spelen en met elkaar praten en lachen.”

OUDERS IN SPAGAAT: KIEZEN VOOR KWALITEIT

Mary Berkhout van Mediawijzer.net wijst ouders op tegenstelling uit het onderzoek. Berkhout: “De toename van media in de wereld van jonge kinderen kun je goed begeleiden door bewust te kiezen voor kwaliteit van media. Dat betekent voldoende balans in het mediagebruik en kiezen voor kwalitatief goede content als games, apps en YouTube-filmpjes.” Bovendien zijn schermmedia niet zonder meer voor de allerjongsten geschikt. Berkhout: “De laatste wetenschappelijke inzichten duiden erop dat schermgebruik door kinderen onder 2 jaar meestal niet bijdraagt aan hun ontwikkeling. Een blokkendoos is hiervoor veel waardevoller.”

» Download Hoofdresultaten – Onderzoeksverslag Iene Miene Media 2015

Source: www.mediawijzer.net

See on Scoop.itMediawijsheid en ouders

Hoe Meerkat de wereld kan veranderen

Nu de live-streaming-app Meerkat een hit is, en Twitter hard werkt aan de lancering van concurrent Periscope, is de vergelijking met SeeChange snel gemaakt. SeeChange? Uit het boek The Circle van Dave Eggers. Het is een wereldomspannend videosysteem van kleine camera’s die overal en altijd live-beeld uitzenden van wat er gebeurt. Het boek loopt niet best af: het live video-systeem ontaardt in een privacyschendend surveillanceapparaat zonder weerga.

Source: www.nrcq.nl

See on Scoop.itMediawijsheid en ouders

Leren Ontrafeld

Het weblog dat leren en doceren ontrafelt in pedagogiek, didactiek en technologie

Kleutergewijs

De blog over onderzoek en innovatie in kleuteronderwijs

Woord&Beeldclub

Projecten op de basisschool

Leren.Hoe?Zo!

Blog van Tommy Opgenhaffen, auteur van het boek Leren.Hoe?Zo!

X, Y of Einstein?

De blog van Pedro De Bruyckere over onderwijs, jongeren, cultuur en media.

Weblog De Rode Planeet

Over WinToets, Quayn en digitaal toetsen

Onderwijs en ICT

Janneke Louwerse blogt over digitale didactiek

Leervlak.nl

A Mind Full Of Questions And A Teacher In My Soul

PsyBlog

Weblog

Bastiaan van Gils

Hoe wij leren en organiseren

Sybren Eikenaar

Kennis, experimenten en mening over gedragsveranderingen

KarinBlogt

Weblog van Karin Winters

MwMott leert

Van klas tot school, van docent tot ....

De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Leren Ontrafeld

Het weblog dat leren en doceren ontrafelt in pedagogiek, didactiek en technologie

Kleutergewijs

De blog over onderzoek en innovatie in kleuteronderwijs

Woord&Beeldclub

Projecten op de basisschool

Leren.Hoe?Zo!

Blog van Tommy Opgenhaffen, auteur van het boek Leren.Hoe?Zo!

X, Y of Einstein?

De blog van Pedro De Bruyckere over onderwijs, jongeren, cultuur en media.

Weblog De Rode Planeet

Over WinToets, Quayn en digitaal toetsen

Onderwijs en ICT

Janneke Louwerse blogt over digitale didactiek

Leervlak.nl

A Mind Full Of Questions And A Teacher In My Soul

PsyBlog

Weblog

Bastiaan van Gils

Hoe wij leren en organiseren

Sybren Eikenaar

Kennis, experimenten en mening over gedragsveranderingen

KarinBlogt

Weblog van Karin Winters

MwMott leert

Van klas tot school, van docent tot ....

De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

%d bloggers liken dit: