Manuela Bazen-Steenkamp

Weblog

‘Jongeren kiezen voor Snapchat, halen neus op voor Twitter’

Jongeren veranderen de sociale media in Nederland. Facebook en Twitter zijn inmiddels voor oudjes, want tieners en twintigers vertrekken massaal naar Snapchat en Instagram. En WhatsApp? Dat gebruiken we nog allemaal.

Dat blijkt uit het rapport van onderzoeksbureau Newcom, dat 10.395 Nederlanders van 15 jaar of ouder heeft ondervraagd. Het allergrootste sociale medium is WhatsApp, dat in Nederland 9,8 miljoen gebruikers heeft. Daarvan starten 7 miljoen mensen dagelijks de app op.

Facebook kleiner dan WhatsApp
Facebook is in Nederland met 9,6 miljoen gebruikers iets kleiner dan WhatsApp, waarvan 6,8 miljoen de site dagelijks bezoeken. Het dagelijks bezoek van Facebook steeg wel met 3 procent van 6,6 miljoen naar 6,8 miljoen mensen.

De grootste groei bij Facebook zit in de groep 80 jaar en ouder (52 procent). Het aantal jongeren dat een Facebook-account registreert, neemt bij de twintigers juist af en bij de tieners een klein beetje toe.

Twitter is ook voor oudjes
Het aantal Nederlanders dat Twitter dagelijks gebruikt, is volgens het onderzoek van Newcom flink gedaald: met 10 procent van 1 miljoen naar 0,9 miljoen. In totaal hebben 2,6 miljoen Nederlanders een Twitter-account. Vorig jaar daalde het aantal dagelijkse Twitter-gebruikers ook al met zo’n 33 procent.

De daling komt grotendeels omdat de toename van jongere gebruikers (15 tot 39 jaar) flink daalt. Het sociale netwerk verkeert al langer in zwaar weer omdat de groei van gebruikers stagneert. Vandaag werd ook bekend dat vijf topmannenTwitter verlaten.

Waar zijn de jongeren heen?
Jongeren kiezen niet voor Facebook of Twitter, maar gaan eerder naar Instagram (2,1 miljoen gebruikers), Pinterest (2 miljoen gebruikers) of Snapchat (1 miljoen gebruikers). Deze drie platformen stijgen dit jaar flink.

Het aantal mensen dat Instagram dagelijks gebruikt stijgt met 37 procent van 722.000 naar 992.000. Dat komt grotendeels door de flinke toename van jongere gebruikers tussen de 15 en 39 jaar.

Bij Pinterest is de stijging iets lager: van 261.000 naar 334.000, wat neerkomt op een toename van 28 procent. Daar zie je dat gebruikers van alle leeftijdsgroepen interesse hebben in het sociale netwerk.

De allergrootste stijger is Snapchat met 69 procent: van 320.000 naar 541.000 dagelijkse gebruikers. Daar zijn tieners de belangrijkste reden voor de stijging.

Zorgen om privacy
De zorgen om privacy blijven ook in 2016 bestaan. Zo’n 71 procent van de afhakers van één of meerdere platformen maakt zich zorgen over wat er precies met zijn of haar gegevens gebeurt.

De gebruikers van 65 tot 79 jaar maken zich het meest zorgen om hun privacy, terwijl tieners zich juist het minst zorgen maken.

Sourced through Scoop.it from: www.rtlz.nl

See on Scoop.itMediawijsheid en ouders

Tiener zwaargewond na mislukte ‘internet challenge’ – HLN.be

Een nieuwe uitdaging verovert het internet. Het gaat om de ‘duct tape challenge’ waarbij iemand met tape vastgebonden wordt. De uitdaging bestaat erin om zich tegen de tijd te bevrijden. Beelden van de poging worden dan via sociale media verspreid. Een poging liep in Washington bijna faliekant af. Een 14-jarige ligt na een val zwaargewond in het ziekenhuis en zijn moeder wil jongeren waarschuwen voor de gevaren van het fenomeen: “Ik wil dat iedereen eens goed nadenkt. Die duct tape challenge houdt zoveel gevaren in!”, zegt ze in een reactie aan de nieuwszender Kiro7.

Na ondermeer ‘planking’ en de ‘condoom challenge’ verovert die uitdaging die niet zonder gevaren is het internet.

Op 16 januari liet de 14-jarige Skylar Fish zich door vrienden met tape vastbinden aan een lantaarnpaal op straat. Hij probeerde zich als een volleerd boeienkoning tegen de tijd te bevrijden maar de jongen viel en raakte met de linkerkant van zijn hoofd een raamkozijn. “Zijn oogkast werd verbrijzeld en een oogzenuw knapte. Hij liep ook verwondingen op aan zijn hoofd”, aldus zijn moeder. Of de jongen opnieuw zal kunnen zien uit zijn linkeroog is nog lang niet zeker. “Het scheelde geen haar of hij was er niet meer”, aldus Sarah Fish. “Als een vriend hem niet op z’n zij gelegd na zijn val dan zou hij een beroerte gekregen hebben of zou hij misschien wel gestikt zijn in zijn bloed.”

Zelf herinnert de tiener zich nauwelijks iets van zijn val. “Maar ik heb veel geluk gehad en ben blij dat ik nog leef.” Intussen staan er al meer dan 200.000 video’s van ‘duct tape challenges’ op YouTube waarbij mensen zich laten vastbinden aan palen of bomen.

Sourced through Scoop.it from: m.hln.be

See on Scoop.itICT in de school

“VVE heeft écht geen effect”, maar waar ligt dat aan?

 

Door Paul Kirschner:

Aleid Truijens schreef in haar column in de Volkskrant IJs & Weder dat voorschools onderwijs (voor- en vroegschoolse educatie: VVE) “écht geen effect heeft”. Zij schreef:

Geloof is hardnekkig. De feiten zijn vaak een nare spelbreker. Vooral als de bedoelingen zo goed en nobel zijn. Op 7 november 2015 presenteerde Ruben Fukkink, bijzonder hoogleraar Kinderopvang, zijn onderzoek naar de effecten van vroeg- en voorschoolse educatie (vve) aan Mariëtte Hamer, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER).

In Fukkinks rapport stonden schokkende conclusies: die effecten zijn er niet. Fukkink bekeek 21 onderzoeken naar voorschools onderwijs aan peuters. Niet één onderzoek rapporteerde een meetbaar effect. Niet op taalvaardigheid, niet op rekenen, zelfs niet op sociale vaardigheden. De educatieve programma’s op peuterspeelzalen en peutergroepen in de kinderopvang hebben geen enkele zin.

Ik ben terug naar de bron gegaan, namelijk het rapport over het door het HvA uitgevoerd onderzoek door collega Fukkink (bijzonder hoogleraar kinderopvang en educatieve voorzieningen voor het jonge kind aan de Universiteit van Amsterdam). Inderdaad wordt er gerapporteerd dat:

Het ongewogen gemiddelde van de 165 effectgroottes is 0.09 en ligt dicht tegen nul aan. Driekwart van de effectgroottes liggen tussen 0 en 0.181, oftewel tussen geen enkel effect en een klein effect volgens de vuistregels van Cohen (1988).

Weinig – zeg maar gerust geen – effect van VVE. Echt zorgelijk. Verder, lijkt het wel een degelijk en goed uitgevoerd onderzoek, maar bij de uitkomsten wil ik één opmerking plaatsen. VVE wordt uitgevoerd door beroepskrachten (meestal leidsters) waarvan de eisen die gesteld worden aan een beroepskracht die VVE wil opzetten – de zogenoemde basisvoorwaarden voor kwaliteit – niet echt hoog zijn. Het gaat – volgens de wet – om een persoon met een ‘vakopleiding’ (bijvoorbeeld MBO SPW-3) met minimaal “één module over het verzorgen van voorschoolse educatie”. Let wel, het gaat hier om de “houder van een kindercentrum of peuterspeelzaal waar voorschoolse educatie wordt aangeboden” en niet eens om de individuele krachten die daar werken.

Ijsbrand Jepma schrijft in een onderzoek naar het opleidings- en scholingsniveau van leidsters en de relatie met de kwaliteit van de praktijk en het pedagogisch handelen in de voorschoolse sector:

Verreweg de meeste leidsters die momenteel werken met jonge kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar hebben een mbo-opleiding op niveau 3 gevolgd. In het basisonderwijs is een hbo-opleiding (pabo) de minimumeis. De kwestie dient zich aan of er in de voorschoolse educatie meer hoger opgeleide leidsters nodig zijn en of daar een nieuwe aparte opleiding voor nodig is (een soort tegenhanger van de pabo, maar dan speciaal gericht op ‘het jonge kind’)…

Er is in de onderzochte locaties in veel gevallen sprake van een patroon waarbij gemiddelde scores hoger worden met het stijgen van de niveaus en waarbij hogere scores duiden op een hogere kwaliteit…

Dit onderzoek laat zien dat de mbo-kwalificatie een noodzakelijke voorwaarde is maar een niet voldoende voorwaarde voor hoogwaardige voorschoolse educatie. Specifiekere bijscholing, vooral op het vlak van toepassing van VVE-programma’s, lijkt daarvoor noodzakelijk.

Jullie weten misschien dat één van mijn grote stokpaardjes is het grote niveauverschil tussen Nederlandse en Finse leerkrachten, maar toch… In Finland moet een vergelijkbaar persoon minstens een bachelorsdiploma hebben met specialisatie in het jonge kind om VVE te verzorgen. M.i. een wereld van verschil in niveau. Dit wordt pregnanter als ik vertel – heel anekdotisch, dus helemaal NIET wetenschappelijk – dat ik een tijdje geleden benaderd werd om een oordeel te vellen over een aantal verschillende bijscholingsprogramma’s Nederlandse taal voor leidsters/beroepskrachten in de VVE omdat veel van de leidsters de Nederlandse taal niet voldoende machtig waren. En deze mensen moeten VVE, bedoeld o.a. voor het opheffen van mogelijke taalachterstanden, verzorgen!

Wat wel iets beter onderbouwd is lijkt het feit dat veel gemeentes, VVE-instellingen, VVE-medewerkers en zelfs OCW schrikken omdat:

[U]it onderzoeken blijkt dat de opleidingen pedagogisch medewerkers afleveren met een te laag taalniveau. Om de schade in te halen, zijn de taaleisen aangescherpt. Pedagogisch medewerkers die op een VVE-groep werken, moeten voor mondelinge en leesvaardigheden op niveau 3F zitten, vergelijkbaar met het taalniveau aan het eind van de Havo.

Hiervoor, bijvoorbeeld, heeft Sardes “in opdracht van het Ministerie van OCW twee kieswijzers opgesteld voor gemeenten en voorschoolse instellingen als ondersteuning bij het kiezen van de taaltoetsen en de taalcursussen voor pedagogisch medewerkers in de VVE sector; dus om ze te helpen om tot Havo-niveau te komen!

Verder, vinden zowel brancheorganisatie voor Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening MOgroep (waar de peuterspeelzalen onder vallen) als oudervereniging BOinK dat het toe te juichen is “dat leidsters werkzaam met jonge kinderen een goed taalniveau hebben” maar noemen de taaleisen “hoog” en roepen de minister op “om in overleg met de branche zorgvuldig het vereiste niveau en een realistisch invoeringstraject vast te stellen”.

En nu terug naar de VK-column van Aleid Truijens. Ja, het lijkt wel te kloppen dat VVE geen effect heeft, maar naar mijn bescheiden mening ligt dat niet aan VVE zelf, maar aan het, door de VVE-organisaties zelf geconstateerd samen met de door de wetgever bepaald, veel te laag niveau van de mensen die VVE verzorgen.

Sourced through Scoop.it from: onderzoekonderwijs.net

See on Scoop.itMaster Onderwijskunde Leren & Innoveren

Scholieren opgepakt voor posten naaktfoto’s op internet

Zes scholieren uit Dordrecht zijn opgepakt omdat ze naaktfoto’s van minderjarige meisjes zouden hebben verspreid. De politie arresteerde de zes gisteravond. Behalve aan het rondsturen van naaktfoto’s zouden ze zich ook schuldig hebben gemaakt aan geweld en bedreiging.

Een paar dagen geleden bleek dat er onder scholieren in Dordrecht foto’s rondgingen van naakte schoolgenoten. Op de foto’s en filmpjes zouden meisjes erotische handelingen verrichten. Tegen een verslaggeefster van RTV Rijnmond zeiden scholieren dat de vriendjes van de meisjes de foto’s verspreid hadden.

Overlastplegers

Het is niet duidelijk of de arrestaties te maken hebben met de foto’s. De politie wil alleen zeggen dat het om een groep jongeren gaat die vooral in de Dordtse wijk Sterrenburg overlast veroorzaakt.

De zes scholieren zijn tussen de 14 en 17 jaar oud. Ze worden ook verdacht van bedreiging via sociale media en diefstal met geweld.

Sourced through Scoop.it from: nos.nl

See on Scoop.itICT in de school

ICT-idee: Handleidingen nu ook in boekvorm.

Herman van Schie: Op veler verzoek.

Handleidingen van ICT-idee nu ook verkrijgbaar in papieren versie.
In een tweetal katerns zijn van 14 veelgebruikte Web 2.0 toepassingen geheel bijgewerkte beschrijvingen en stap-voor-stap handleidingen opgenomen.
Uitstekend bruikbaar bij zelfstudie, teamscholing en workshops.
De prijs van een katern bedraagt € 7,- (exclusief portokosten).
    De bestelprocedure is als volgt.
    1.  Open het bestelformulier met een klik op onderstaande link.
    2.  Vul de bestellijst in en verzend die.
    3.  Na binnenkomst van de order krijgt u een ontvangstbevestiging
en een factuur.
    4.  Na ontvangst van de betaling wordt de bestelling verzonden.
Meer info:

Sourced through Scoop.it from: ict-idee.blogspot.nl

See on Scoop.itICT in de school

Sexting: 7 beste voorlichtingsfilmpjes voor kinderen & jongeren

Herblogd van www.Mediawijzer.net.

Sexting is het verzenden/ontvangen (texting) van seksueel getinte teksten, foto’s of filmpjes. Sexting is spannend, maar het is niet zonder risico. Het werkelijke probleem zit ‘m eigenlijk niet in sexting zelf, maar shame sexting, oftewel het beschamen van mensen. Want als iemand anders aan de haal gaat met jouw foto’s of filmpjes, heb je er geen controle meer over. De bekendste risico’s zijn dan wraakporno en afpersing.

Tip: 25 manieren om aan jongeren te vragen wat ze zelf eigenlijk van sexting vinden

Op dinsdag 9 februari 2016, Safer Internet Day, wordt wereldwijd aandacht gevraagd voor veilig en verantwoord gebruik van internet. Op die dag vindt ook het symposium Jongeren, Seks en Internetplaats. Wat is het seksueel gedrag van jongeren online? Wat doen zij? Hoe gaan zij daar mee om? Wat is voor hen normaal en wat niet? Volgens experts sturen jongeren pikante foto’s van een ander niet eens door om te pesten, het is eerder onnadenkendheid. Ze staan gewoon niet stil bij de gevolgen.

» Deelname aan het Symposium Jongeren, Seks & Internet op 9 februari 2016 in Amersfoort is kosteloos. Je kunt je aanmelden via het online inschrijfformulier.

Wil je dit onderwerp aansnijden bij kinderen en jongeren? Een video of filmpje kan je helpen als gespreksstarter. In dit artikel zet ik de 7 beste filmpjes voor het basis- en voortgezet onderwijs op een rij.

1. WAT IS SEXTING?

Helpwanted.nl maakte dit filmpje voor kinderen, jongeren en opvoeders. Helpwanted.nl is een onderdeel van het Meldpunt Kinderporno op Internet en geeft advies op maat. Je kunt elke werkdag chatten van 14:00-17:00 uur voor hulp.

Op mediawijsheid.nl/sexting vind je meer instanties die hulp aan slachtoffers bieden. Ook vind je er tips om te doen (of laten) als opvoeder.

Dit filmpje is geschikt voor groep 7 en 8 van de basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs.

2. NIEUWSUUR IN DE KLAS: WAAROM DOE JE AAN SEXTING?

De NTR bewerkt afleveringen van kwalitatief hoogstaande programma’s van Nederlandse bodem – zoals Nieuwsuur, Andere Tijden, Metropolis en 3 op reis – voor het voortgezet onderwijs. Dat levert prima educatief materiaal op om met leerlingen in discussie te gaan over mediawijsheid en (de werking van) media. Filmpjes duren ongeveer 8 minuten en bevatten een lesbrief.

De aflevering van Nieuwsuur in de klas over sexting kan prima worden ingezet bij een klassikale discussie. In deze aflevering stuurt een meisje een naaktfoto van zichzelf naar haar vriendje via sociale media terwijl ze dat eigenlijk niet wil. Aan de leerlingen wordt gevraagd na te denken over waarom ze dit uiteindelijk toch doet. Of welk advies zouden ze hun jongere broer of zus geven als die uit de kleren wil gaan voor de webcam?

» Bekijk hier de bewerkte aflevering van Nieuwsuur over sexting, inclusief de lesbrief

Deze video is geschikt voor het voortgezet onderwijs, en past zowel bij het vak maatschappijleer (mediawijsheid) als bij een project rondom seksuele voorlichting (biologie).

3. EXPOSED: OVER SEXTING EN CYBERPESTEN

CEOP is een Britse organisatie die zich bezig houdt met mediawijsheid. Ter ere van Safer Internet Day 2011 maakte zij de documentaire Exposed, een 10-minuten durende film waarin we kennis maken met de 15-jarige Dee. In een verliefde bui stuurt Dee een sexy foto van zichzelf naar haar vriendje, die de foto’s vervolgens online plaatst.

De nadruk in deze documentatie ligt op de gevolgen voor Dee en de emotionele gesprekken die ze voert met haar alter ego. Zo komen serieuze onderwerpen als schaamte, de reactie van haar familie en vrienden, het pesten, haar toekomst en zelfs de mogelijke juridische gevolgen op een toegankelijke wijze aan de orde.

Deze video is Engelstalig en is geschikt voor 14 tot 18-jarigen.

4. MONICA LEWINSKY: OVER ONLINE SHAMING EN DE DIGITALE AFZEIKCULTUUR

Online shaming, het delen van schokkende beelden, kwetsende teksten of privacygevoelige informatie al lang geen taboe meer. Monica Lewinky weet er alles van. Na 10 jaar doorbreekt zij de mediastilte en vertelt over het verwoestende effect van publieke vernedering.

Aan de hand van dit filmpje kun je met leerlingen in discussie over hoe je op een respectvolle manier media kunt maken. Gebruik hierbij bijvoorbeeld de volgende 2 stellingen:

» Iedereen mag ongevraagd foto’s en filmpjes van mij op Instagram plaatsen
» Als ik een kwetsend filmpje doorstuur, ben ik medeverantwoordelijk voor de gevolgen

Het filmpje is Engelstalig en het meest geschikt voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

5. BASTA TEGEN PESTEN

Het AT5-schooltelevisieprogramma Basta stond de hele maand september 2015 in het teken van (cyber)pesten. In deze aflevering brengen ze een bezoekje aan Qpido – een expertisecentrum dat seksualiteit bespreekbaar wil maken – om uit te zoeken wat sexting precies is, en wat het doet met een slachtoffer.

Dit filmpje is geschikt voor groep 7 en 8 van de basisschool.

6. DE THEEMUTSEN: NAAKTFOTO’S UITGELEKT, WAT NU?!

Tot slot 2 filmpjes waarin het thema sexting op een lichte, meer humoristische wijze wordt benaderd.

Zoek je een filmpje in de categorie ‘van pubers, voor pubers’ dan is dit filmpje van de Theemutsen een aanrader. De Theemutsen hebben een YouTube-kanaal waarop ze seksuele voorlichting geven op hun manier.

Dit filmpje is geschikt voor de onder- en bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

7. DE QUIZ: EROTIEK & PRIVACY

De Kwis is een humoristisch programma waarin quizmasters Joep van Deudekom, Rob Urgert, Niels van der Laan en Jeroen Woe o.a. muzikale parodieën maken. In dit geval maken zij een remake van het lied Ebony & Ivory van gelegenheidsduo Paul McCartney en Stevie Wonder

Dit filmpje is geschikt voor de onder- en bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

MEER FILMPJES?

Weet jij nog leuke filmpjes die in dit overzicht thuis horen? Of lesideeën die goed aansluiten bij het thema sexting? Laat een reactie achter en deel je kennis en ervaring met andere leerkrachten en mediacoaches.

» Meer filmpjes over mediawijsheid vind je op mediawijsheid.nl/filmpjes

Sourced through Scoop.it from: www.mediawijzer.net

See on Scoop.itMediawijsheid en ouders

How much screen time should children have?

Parents are worried. In a recent survey by the World Economic Forum, 71% of respondents said they believed digital-media use could create problems for 8-11 year olds. A similarly high percentage was reported for other age groups.

My instinct is to blurt out the guidelines of the American Association of Pediatrics: no screen time under two years old, and less than two hours per day for older kids. And that means all screen activity: television, working on a computer, playing video games, instant messaging on a phone.

But “two hours every day, end of story” is not the answer people want to hear. It’s not a solution; it’s just the beginning of more problems. I admit I’ve said this in the past only to see the pain in a parent’s eyes as they foresee the battles required to enforce it.

Some experts now say that in our hyperconnected world, limiting screen time is no longer realistic. Instead, they suggest, we should focus on what to show our kids.

Recent research by Cambridge University found that too much screen time isassociated with lower academic grades. It can also lead to developmental issues, such as obesity, sleep disorders and attention problems.

Kids need a balanced diet of interaction with the world. You probably wouldn’t allow your children to eat ice-cream all day, even if it was the ultimate in organic-low-fat-low-sugar healthy goodness. It wouldn’t give them the nutrition they need. Like junk food, a life immersed in digital media can be highly addictive. And just as with a nourishing diet, kids also need a balance between digital and physical realities. This is as important for development as good nutrition.

So, what’s the number?

The number is seven. But that’s not minutes or hours: it’s a seven-point family framework for managing digital media and helping kids develop their own sense of self-control.

Our kids are growing up in a world loaded with digital distractions. We will not be able to police them 24/7. The goal is to encourage good digital dietary habits, and empower them with a sense of confidence and self-control to manage their own digital media use.

1. Convince. First, kids must be convinced that too much screen time can be harmful for them.

2. Agree. Come up with a magic number of a minutes or hours for sanctioned screen time, on which parents and kids agree. Yes, two hours a day is a good number to shoot for. But whatever you agree, be specific: no phones at the dinner table, for example; or no screens for an hour before bedtime.

3. Give and take. The agreement should be mutual. Kids can also be bothered when parents are constantly checking their mobiles. Parents should agree to limit their screen time around their kids, especially when they get home from work.

4. Gamify. Make it fun and rewarding. Give proper incentives, as well as penalties for not following agreed rules. That goes for parents too: which penalties will you agree to if you fail in your own self-control? Hint: the penalties should not be to have less screen time.

5. Exercise your mind. Self-control is something that takes practice. It’s possible to teach kids to exercise it, just like athletes exercise their bodies. Before kids turn to their screen, remind them of the agreed time limit. Have them set an alarm and encourage them to plan out their schedule, including wrapping up and shutting down on time without drama or panic.

6. Be persistent. Keep track of family performance. If both parents are working, it can be difficult to keep track of the children’s media use. There are some handy apps that help parents monitor children’s screen time.

7. Alternative activities. Try to find hobbies or sports that are as fun as digital media. Parents can set a one-to-one matching rule, for example, where if kids play video games for one hour, they also play outdoors for one hour.

This is article is part of a series of posts from the Shaping the Future Implications of Digital Media for Society project. Explore the project content and findings in the report Digital Media and Society: Implications in a Hyperconnected Era. For more insights also see the Whitepaper The impact of digital content: Opportunities and risks of creating and sharing information online.

Author: Yuhyun Park is the head of iZ HERO digital citizenship initiative for children and a researcher on digital media and online child protection. She is an Eisenhower Fellow and an Ashoka Fellow. She is also a World Economic Forum Young Global Leader and member of the Steering Committee of the World Economic Forum’s project Shaping the Future Implications of Digital Media for Society.

Sourced through Scoop.it from: www.weforum.org

See on Scoop.itMediawijsheid en ouders

Ons Onderwijs2032. Neem je ruimte

Zaterdagmiddag bood Paul Schnabel het rapport Ons Onderwijs2032 aan Staatssecretaris Dekker aan. Voor mij was dit een van de hoogtepunten in een lange reeks verheugende nieuwe ontwikkelingen in het Nederlandse onderwijs.

(Dit stuk verscheen eerder op de blog van de Onderwijscoöperatie.)

Een Vandaag interviewde Dekker ‘s avonds over het rapport en gaf voor het nodige wederhoor Karin den Heijer van Beter Onderwjs Nederland uitgebreid gelegenheid om haar bezwaren te ventileren. Aanvankelijk ergerde ik mij groen en geel aan Karins betoog, dat ik al eens eerder van haar had gehoord. Het is jammer dat de redactie van Een Vandaag niet de moeite genomen had om zich wat meer in het onderwerp te verdiepen en volstond met wat ongenuanceerde opmerkingen als:

“Ik wil niet negatief zijn, maar het lijkt er wel op alsof het niet meer saai mag zijn, terwijl het opdoen van kennis is soms een beetje saai.” (Pieter Jan Hagens, Een Vandaag)

en uit zijn context getrokken beweringen als:

“Sander Dekker pleit voor meer gebruik van digitale vaardigheden, persoonsvorming en burgerschap.”

Maar eigenlijk geeft het precies enkele van de grote misverstanden aan rond #Onderwijs2032 en de vernieuwingen die op veel scholen aan de gang zijn.

misverstanden over #onderwijs2032

Eén misverstand is dat het rapport van Schnabel et al. een stelselwijziging noodzakelijk maakt, zoals de Volkskrant suggereert “Het Platform geeft de scholen in overweging het – rigide – systeem van jaarklassen, lesroosters en klassikaal onderwijs los te laten.” Daarvan is in het rapport overigens niets te vinden (Onderwijsadvies staat wel degelijk voor verstrekkende stelselwijziging). De noodzaak van een stelselwijziging is heel betrekkelijk. Veel van wat in het rapport wordt voorgesteld is immers allang mogelijk. Scholen die het jaarklassensysteem, lesroosters en klassikale lessen hebben losgelaten en die vakoverstijgend werken zijn geen uitzondering meer. En hen wordt niets in de weg gelegd, mits ze goed kunnen uitleggen wat ze doen en waarom.

Scholen die dat (nog) niet doen, die zich laten leiden door de lesmethoden en die gebukt gaan onder toetsings- en examendruk, leven vaak in de veronderstelling dat het niet mag – van de wet, van het ministerie of van de inspectie. Die nemen niet de ruimte die er al is en die nu weer eens wordt bevestigd door ‘Ons Onderwijs2032’. De beperkingen die veel leraren en scholen voelen zijn in belangrijke mate zelfopgelegd. Gebrek aan vertrouwen in eigen mogelijkheden, onbekendheid met alternatieven, maar vooral wat Thijs Jansen in ‘Het Alternatief’ (naar La Boétie) “vrijwillige slavernij” noemt (zie ook hier).

De belangrijkste stelselwijziging – als je wilt – is het breed doorgedrongen besef dat vernieuwing van het onderwijs moet worden doorgevoerd door degenen die voor de klas staan en niet van boven of van buiten het onderwijs worden opgelegd. Minister Bussemaker, staatssecretaris Dekker en de Onderwijsinspectie, laten steeds weer horen dat wij onderwijsgevenden de ruimte moeten nemen die ons geboden wordt.

stelselwijziging?

Het Volkskrantstuk maakt niet helemaal duidelijk wat de veronderstelde stelselwijziging inhoudt. Vermoedelijk wordt bedoeld het advies aan scholen om meer vakoverstijgend te werken. Schnabel et al. pleiten voor het loslaten van de klassieke vakkenindeling en het onderwijs te ontwerpen vanuit de kennisgebieden Mens en Maatschappij, Natuur en Technologie en Taal en Cultuur (de drie bovenste bolletjes in het diagram hieronder). Een heel zinnig advies dat leraren en leerlingen in staat stelt de vragen (van oeroud tot actueel) te bestuderen die voor nu en de komende decennia relevant zijn. De Grote Vragen.

onderwijs2032-diagram

Ook dit is weer geen van bovenaf opgelegd en bindend advies. De Commissie Schnabel stelt zich heel bescheiden op. Scholen moeten zelf bepalen hoe ze, aan de hand van deze adviezen, hun onderwijs vormgeven:

Scholen kunnen uiteenlopende keuzes maken voor de inrichting van hun onderwijsaanbod. Bij de ene school past thematisch onderwijs, een andere kiest ervoor om vakken op elkaar af te stemmen en meer vanuit een klassieke vakkenstructuur te werken.

De uitzending van Een Vandaag legde, om mij niet helemaal duidelijke redenen, de nadruk op digitale vaardigheden, dat maar een klein deel uitmaakt van het advies Onderwijs2032. Wanneer mensen praten over modern onderwijs komen al snel de moderne media over tafel en gaat het over het gebruik van digitale middelen en programmeren. Dan is een nieuw vak als ‘Lifestyle informatica’ dat op het Hyperion Lyceum in Amsterdam wordt gegeven natuurlijk fascinerend. Maar een vak als ‘Grote Denkers’ dat op dezelfde school is ontwikkeld en de grote ruimte voor kunsten (dans, muziek, beeldend en drama) in het rooster van het Vathorst College in Amersfoort zijn toch minstens even fascinerend.

Een ander misverstand is dat het rapport zou pleiten voor minder basiskennis en parate kennis. Het tegendeel blijkt voor wie het rapport zorgvuldig leest:

Het Platform vindt het belangrijk dat leerlingen de basiskennis van de drie domeinen op een diepgaande manier krijgen aangeleerd en dat ze niet van alles een beetje leren, maar meer van minder.

en:

Dergelijke vraagstukken [met betrekking tot “complexe maatschappelijke problemen”, DvdW] kunnen niet zonder de bestaande vakdisciplines en vereisen daarom een stevige basiskennis en -kunde van zowel leraren als leerlingen.

Daarbij steekt het verlanglijstje van (wiskundedocente) Karin den Heijer wel erg armetierig af: “optellen, aftrekken, delen, vermenigvuldigen, rekenen met breuken, differentiëren, integreren, herleiden.” (Een Vandaag)

vaardig, waardig, aardig

Daar tegenover staat Paul Schnabels advies aan het onderwijs: jonge mensen niet alleen helpen vaardig te worden, maar ook waardig en aardig. Dit is een vertaling van de domeinen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (zie Gert Biesta: Het prachtige risico van onderwijs). Vaardig worden staat hier gelijk aan kwalificatie, het verwerven van kennis, vaardigheden en houdingen die jonge mensen kwalificeren om iets te doen. Waardig worden kan worden gezien als socialisatie, een waardig lid van de gemeenschap worden, deel worden van tradities en praktijken. Aardig worden is dan persoonsvorming – in de woorden van Schnabel: “de vorming van zelfstandige volwassenen die maatschappelijk verantwoord kunnen en willen handelen, zowel op de arbeidsmarkt als in de samenleving.”

aan de slag

De opdracht aan ons is nu deze ideeën in de praktijk te brengen. Een voorwaarde daarvoor is dat we serieus nadenken over de vraag naar het doel van ons onderwijs. Dat lijkt een open deur – en voor velen van ons is dat helaas ook zo: onderwijs is bedoeld om jonge mensen aan een diploma te helpen. Toch? Daarbij vergeten we dat we, of we dat nu willen of niet, altijd invloed hebben op de vorming van de jonge mensen die we laten delen in de rijkdom van onze vakkennis. We zijn naast lesboer(inn)en opvoeders en dat kunnen we maar beter zo goed mogelijk zijn. We zijn rolmodellen tegen wil en dank.

Biesta heeft overtuigend laten zien dat onderwijs naast kwalificatie onvermijdelijk bijdraagt aan de vorming van kinderen en jongeren. Wie dat ontkent en zijn of haar onderwijs beperkt tot wat in het leerboek staat, doet de leerlingen tekort. Ook als we besluiten dat we ons met onze school willen houden aan de klassieke vakkenstructuur ontkomen we niet aan de vraag hoe we de vorming van onze leerlingen tot zelfstandige volwassenen ter hand nemen.

Daarvoor heeft Paul Schnabel met zijn commissie en met inbreng van vele zijden een leidraad geschreven.

Aan de slag dus, jongens en meisjes. Neem je ruimte.

Sourced through Scoop.it from: onderzoekonderwijs.net

See on Scoop.itMaster Onderwijskunde Leren & Innoveren

Huiswerk: Ja, Nee, Waarom, Hoeveel, Hoe?

Huiswerk: Ja, Nee, Waarom, Hoeveel, Hoe?
24 JANUARI 2016 DOOR PAUL KIRSCHNER

Deze blog schreef ik oorspronkelijk voor het januari-/februarinummer van het blad Didactief waar ik iedere maand iets schrijf over m.i. spraakmakend wetenschappelijk onderzoek en wat de betekenis daarvan is in/voor het onderwijs. Hier een iets uitgebreider versie.

OK, wij zijn klaar met eten, hebben tv gekeken en dus de strijd begint. Heb je huiswerk? Wanneer ga daaraan je beginnen? Nee, geen tv kijken tot je huiswerk af is… De bijna dagelijkse strijd tussen ouders en kinderen dus. En deze strijd vindt ook plaats op school tussen leerlingen en docenten, en zelfs ook in gesprekken tussen docenten en ouders.

Hoewel huiswerk heel ‘gewoon’ is, zou je je af kunnen vragen of het nut heeft en zo ja, hoeveel en waarvoor en wat je er als docent uiteindelijk mee doet. Met andere woorden, is huiswerk al die moeite waard, en zo ja, hoeveel huiswerk, waar moet het over gaan en wat doe je er als docent uiteindelijk mee? Makkelijke vragen, maar moeilijk te beantwoorden omdat zoveel factoren met elkaar samenhangen (zoals het niveau en de leeftijd van de leerling, haar/zijn motivatie en cognitieve capaciteiten, ouderbetrokkenheid). Om Cruijff te parafraseren: Antwoord geven is simpel, maar het moeilijkste wat er is, is een simpel antwoord geven. Ik zal mij hier beperken tot een aantal factoren waarvan ik vind dat docenten de meeste invloed op hebben.

Doel van huiswerk geven/maken

Huiswerk kent  – grof gezegd – vier doelen. Meest voorkomend doel is oefenen ofherhalen wat geleerd of gedaan werd in de klas. Daarnaast kan huiswerk leerlingen voorbereiden op wat komen gaat in de volgende les(sen). Het derde doel heet extensie en ‘dwingt’ leerlingen om het geleerde toe te passen en te gebruiken in nieuwe situaties (transfer). Het laatste doel is om vaardigheden en concepten te integreren, maar dit geldt vooral voor grotere opdrachten zoals werkstukken en projecten Volgens onderzoek door onder andere [voornaam?] Rosario en collega’s, heeft vooral extensie-huiswerk, anders dan oefen- en voorbereidingshuiswerk, een positief effect op leerprestaties van leerlingen. Let wel, het gaat hier om een vergelijking tussen deze drie doelen en NIET om vergelijking met geen huiswerk. Zij en anderen concluderen dat ‘ongeacht het doel (i.e., oefenen, voorbereiden, extensie), het altijd beter is voor leerlingen om meer huiswerk te doen en niet minder of geen huiswerk.’

 

Nakijken van het huiswerk

Leerlingen kunnen het huiswerk dat docenten geven keurig maken, vraag is wat docenten daarmee doen, buiten ‘controleren’ of het gemaakt is. Follow-up is heel belangrijk: huiswerk nakijken, gerichte terugkoppeling geven, een cijfer geven, ‘toetsjes’ geven over het huiswerk (denk aan de ‘testing effect’) en het huiswerk gebruiken als uitgangspunt voor verdere klasdiscussies. Als docenten huiswerk geven, en de leerlingen huiswerk maken, zou je ook kunnen verwachten (eigenlijk moet je verwachten) dat docenten iets meer doet dan alleen controleren of de leerlingen het hebben gedaan. De conclusie uit vele onderzoeken is dat het becommentariëren of zelfs een cijfer toekennen aan het huiswerk een redelijk tot groot effect heeft op leerlingprestaties. Verder vonden José Carlos Núñez en zijn collega’s dat docentfeedback een positieve invloed heeft op de hoeveelheid huiswerk die leerlingen maken, wat op z’n beurt weer positief werkt op leerlingprestaties.

 

Hoeveelheid huiswerk / Tijd besteed aan huiswerk

Ulrich Trautwein en zijn collega’s hebben in diverse onderzoeken laten zien dat de frequentie van het doen van huiswerk door leerlingen een positief effect heeft op de leerlingprestaties, terwijl de duur daarvan geen of zelfs licht negatieve effecten heeft. Met andere woorden: het is beter vaak en niet te veel huiswerk te geven dan minder vaak veel huiswerk te geven. Dit lijkt veel op een wijze van studeren die verdeelde oefening (distributed practice) heet; bijvoorbeeld studeren in vier sessies van vijftien minuten werkt veel beter dan hetzelfde studeren in een sessie van een uur.

Maar… leeftijd (vaak uitgedrukt in leerjaar van de leerling) heeft invloed op het effect van huiswerk. De relatie tussen hoeveelheid huiswerk en prestaties lijkt bijvoorbeeld positief bij leerlingen in de hoogste klassen van het vo, maar was stukken minder  bij de onderbouw vo en soms zelfs negatief bij het basisonderwijs. De reden hiervoor zou kunnen liggen in het soms beperkte vermogen van jongere kinderen om lang aandachtig te werken. Verder blijken betere leerlingen meer te profiteren van huiswerk dan gemiddelde en langzame leerlingen. Maar: ‘langzame leerlingen die tien uur per week huiswerk maakten, kregen even goede cijfers als de betere leerlingen die geen huiswerk deden’.

Hier lijkt enig bewijs te zijn voor een, in ieder geval in de VS bekende vuistregel van de  ‘10-minuten-per-leerjaar regel’: per leerjaar kan/moet je tien minuten meer huiswerk geven, beginnend in groep 3, dus tien minuten in groep 3, 20 in groep 4 tot 120 minuten in 6 vwo.

 

Om Epstein en Voorhis te parafraseren: huiswerk maken is een dagelijkse activiteit voor de meeste leerlingen. Iedere huiswerkopdracht kost tijd en energie van leerlingen, docenten en ouders. Gegeven deze investeringen is het belangrijk dat docenten huiswerk zorgvuldig ontwerpen om specifieke doelen te bereiken, zodat meer leerlingen die met kwaliteit afmaken om zodoende daarvan te profiteren (dus waar ook een goede follow-up plaatsvindt). Alleen dan zouden – heel misschien – de dagelijkse gevechten minder vaak gevoerd hoeven te worden.

 

Cooper, H. (1989). Synthesis of research on homework. Educational Leadership, 47(3), 85-91.

Cooper, H., Robinson, J., & Patall, E. (2006). Does homework improve academic achievement? A synthesis of research 1987–2003. Review of Educational Research, 76, 1–62.

Epstein, J. L., & Van Voorhis, F. L. (2001). More than minutes: Teachers’ roles in designing homework. Educational Psychologist, 36(3), 181-193.

Núñez, J. C., Suárez, N., Rosário, P., Vallejo, G., Cerezo, R., & Valle, A. (2014). Teachers’ feedback on homework, homework-related behaviors and academic achievement. The Journal of Educational Research, 1, 1–13.

Rosário, P. Núñez, J. C., Vallejo, G., Cunha, J. Nunes, T., Mourão, R., & Pinto, R. (2015). Does homework design matter? The role of homework’s purpose in student mathematics achievement. Contemporary Educational Psychology, 43, 10-24.

Trautwein, U., Köller, O., Schmitz, B., & Baumert, J. (2002). Do homework assignments enhance achievement? A multilevel analysis in 7th-grade mathematics. Contemporary Educational Psychology, 27(1), 26-50.

Sourced through Scoop.it from: onderzoekonderwijs.net

See on Scoop.itMaster Onderwijskunde Leren & Innoveren

Waarom neem je beter geen tablet mee naar bed?

Via Het Nieuwsblad ontdekte ik de link naar een recente studie die aantoont dat je een groter risico loopt om slaapproblemen te ontwikkelen als je in bed voor het slapengaan een boek leest op een e-reader of tablet. Het blauwe licht van het toestel stuurt het bioritme in de war.

“Experts vermoeden al langer dat blauw licht net voor het slapengaan ertoe kan leiden dat je de slaap niet kunt vatten en nu hebben wetenschappers van het Brigham and Women’s Hospital in Boston dat bevestigd. Zij vroegen aan twaalf proefpersonen om vijf dagen na elkaar gedurende vier uur te lezen in een papieren boek of in een elektronisch exemplaar. Uit het experiment blijkt dat de proefpersonen die een elektronisch boek lazen gemiddeld tien minuten later indommelden dan de mensen die een papieren boek lazen. Meer nog: de remslaap van de mensen die een e-book lazen was gemiddeld twaalf minuten korter dan de rest waardoor ze zich de ochtend erna minder uitgerust voelden.

Door het blauwe licht dat de apparaten uitstralen, maakt je lichaam minder melatonine aan. Dat is het zogenaamde slaaphormoon dat ons aan het einde van de dag moe maakt. ‘Blauw licht kan een grotere impact hebben dan we aanvankelijk dachten’, zegt professor en hoofdonderzoekster Anne-Marie Chang. Ze adviseert om tablets, smartphones, laptops en consorten twee uur voor het slapengaan af te sluiten.” (bron: het nieuwsblad)

Onderzoek:

Evening use of light-emitting eReaders negatively affects sleep, circadian timing, and next-morning alertness
Anne-Marie Chang, Daniel Aeschbach, Jeanne F. Duffy and Charles A. Czeisler

Published online before print December 22, 2014, doi: 10.1073/pnas.1418490112
PNAS December 22, 2014

Abstract

In the past 50 y, there has been a decline in average sleep duration and quality, with adverse consequences on general health. A representative survey of 1,508 American adults recently revealed that 90% of Americans used some type of electronics at least a few nights per week within 1 h before bedtime. Mounting evidence from countries around the world shows the negative impact of such technology use on sleep. This negative impact on sleep may be due to the short-wavelength–enriched light emitted by these electronic devices, given that artificial-light exposure has been shown experimentally to produce alerting effects, suppress melatonin, and phase-shift the biological clock. A few reports have shown that these devices suppress melatonin levels, but little is known about the effects on circadian phase or the following sleep episode, exposing a substantial gap in our knowledge of how this increasingly popular technology affects sleep. Here we compare the biological effects of reading an electronic book on a light-emitting device (LE-eBook) with reading a printed book in the hours before bedtime. Participants reading an LE-eBook took longer to fall asleep and had reduced evening sleepiness, reduced melatonin secretion, later timing of their circadian clock, and reduced next-morning alertness than when reading a printed book. These results demonstrate that evening exposure to an LE-eBook phase-delays the circadian clock, acutely suppresses melatonin, and has important implications for understanding the impact of such technologies on sleep, performance, health, and safety.

De volledige studie kun je hier raadplegen.

Sourced through Scoop.it from: lerenhoezo.wordpress.com

See on Scoop.itMediawijsheid en ouders

Leren Ontrafeld

Het weblog dat leren en doceren ontrafelt in pedagogiek, didactiek en technologie

Kleutergewijs

De blog over onderzoek en innovatie in kleuteronderwijs

Woord&Beeldclub

Projecten op de basisschool

Leren.Hoe?Zo!

Blog van Tommy Opgenhaffen, auteur van het boek Leren.Hoe?Zo!

X, Y of Einstein?

De blog van Pedro De Bruyckere over onderwijs, jongeren, cultuur en media.

Weblog De Rode Planeet

Over WinToets, Quayn en digitaal toetsen

Onderwijs en ICT

Janneke Louwerse blogt over digitale didactiek

Leervlak.nl

A Mind Full Of Questions And A Teacher In My Soul

PsyBlog

Weblog

Bastiaan van Gils

Hoe wij leren en organiseren

Sybren Eikenaar

Kennis, experimenten en mening over gedragsveranderingen

KarinBlogt

Weblog van Karin Winters

MwMott leert

Van klas tot school, van docent tot ....

De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Leren Ontrafeld

Het weblog dat leren en doceren ontrafelt in pedagogiek, didactiek en technologie

Kleutergewijs

De blog over onderzoek en innovatie in kleuteronderwijs

Woord&Beeldclub

Projecten op de basisschool

Leren.Hoe?Zo!

Blog van Tommy Opgenhaffen, auteur van het boek Leren.Hoe?Zo!

X, Y of Einstein?

De blog van Pedro De Bruyckere over onderwijs, jongeren, cultuur en media.

Weblog De Rode Planeet

Over WinToets, Quayn en digitaal toetsen

Onderwijs en ICT

Janneke Louwerse blogt over digitale didactiek

Leervlak.nl

A Mind Full Of Questions And A Teacher In My Soul

PsyBlog

Weblog

Bastiaan van Gils

Hoe wij leren en organiseren

Sybren Eikenaar

Kennis, experimenten en mening over gedragsveranderingen

KarinBlogt

Weblog van Karin Winters

MwMott leert

Van klas tot school, van docent tot ....

De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

%d bloggers liken dit: