Klaar met WhatsApp, weg met het groene monster!

Stoppen met WhatsApp: het kan. Maar je moet wel sterk zijn. En je omgeving ook. Lisanne van Sadelhoff verwijderde de app van haar telefoon en beschrijft het afscheid van ‘het groene monster’.

Zes weken geleden deed ik het. Zomaar. Ik stopte met WhatsApp. Ik donderde het groene icoontje van mijn telefoon en voilà, de apploze ik – al maanden snakkend naar rust – was een feit. Mijn vriend noemde het ‘nobel maar dom’, mijn vriendinnen vonden het zielig voor me en m’n moeder vond het ‘ontzettend onhandig’. ,,Hoe moet ik je dan bereiken als er iets met oma gebeurt?”

Ik was er helemaal klaar mee, met die app die mij in zijn macht had. Ieder piepje deed mijn hand naar mijn telefoon grijpen. Ik voerde hele gesprekken – van lachwekkende dialogen tot flinke ruzies – in dat chatschermpje. En ondertussen kon ik mijn rechterduim niet meer bewegen zonder dat het pijn deed, (een appduim: hij bestáát!) maar stoppen met dat gescroll en getyp kon ik niet.

Claim
WhatsApp bepaalde waar ik aan dacht als ik in bed lag, wanneer ik mijn telefoon pakte en weer weglegde, wanneer ik ging koken en hoe lang ik op de wc zat. En ik ben niet de enige: 1 miljard mensen gebruiken wereldwijd de app. Het gemiddeld aantal verzonden berichten per dag ligt bij Nederlandse jongeren op 68, het aantal ontvangen berichten ligt gemiddeld op 154. Maar er zijn ook jongeren die wel 600 berichten per dag krijgen.

WhatsApp, in 2009 in het leven geroepen om sms-kosten te drukken en inmiddels verwerker van miljarden berichten per dag, claimt ons, dag in, dag uit.

Dwingend
Toen ik mijn stopnieuws deelde met een groepje vriendinnen, keken ze me meewarig aan. ,,Hoe trek je dat?” vroeg er een. Ontsteltenis. ,,Wat knap van je,” zegt mijn vriendin. Bewondering. Maar er was ook teleurstelling: ,,Ga je ook uit óns whatsappgroepje?!”

Ja. Want whatsappgroepjes dreven me tot wanhoop. Ik had er vijftien. Voor de meest onbenullige evenementen werden ze aangemaakt – en ook na het evenement in leven gehouden met nietszeggende plaatjes, heel veel smileys en (oké, toegegeven) goede grappen. Eten met de drie musketiers, Teamreünie, Sinterkerst. Met ieder gezelschap waar ik ook maar een beetje bij hoorde, had ik een groepsapp. Keek ik een halfuur niet, dan had ik, als mijn appgenoten op dreef waren, zó vijftig ongelezen berichten. Al die afbeeldingen, filmpjes, voicemessages moest ik openen, want anders miste ik te veel. ,,Waarom weet je dat niet? Ik appte het je laatst!” Ik had een fulltimebaan naast mijn fulltimebaan omdat ik Whats-App had. ,,WhatsApp is een heel dwingend medium,” verklaart Herm Kisjes. Hij is socialmedia-expert, schreef het boek Socialbesitas en helpt mensen met een internetverslaving. ,,Mensen zien het meteen als je het hebt gelezen en niet reageert. Dat ervaren ze vaak als een belediging. De druk om te reageren is groot en maakt onrustig.”

‘Is er iets?’
Dat merkte Louise Hildebrand (41), die zich als coach en psycholoog bezighoudt met ‘mentale fitheid’ ook. Ze werd ‘echt helemaal gek’ van WhatsApp en besloot in 2013 appjes alleen nog maar te gebruiken als sms. ,,Ik stuur een berichtje, vaak van praktische aard, en dan leg ik mijn telefoon weg.” Keek ze vroeger op haar iPhone zodra ze de app-bliep hoorde, nu kan ze ‘m zo vier uur links laten liggen. ,,Mijn vrienden vonden het in het begin raar. Dan reageerde ik pas de volgende dag op een berichtje en appten ze me: ‘Is er iets?’ Terwijl het niets persoonlijks was tegen hen: het gaf mij gewoon heel veel rust om minder op WhatsApp te kijken. Vooral in die groepen.”

Ook ik merkte dat ikzelf niet zozeer het probleem was – dat stoppen ging best oké, smokkelen deed ik niet – maar mijn omgeving. Ik moest constant verdedigen waarom ik dan was gestopt met WhatsApp. ‘Wanneer kom je weer terug?’ was de vraag. Het wordt als van-zelfsprekend gevonden dat je WhatsApp hebt en fulltime bereikbaar bent.

Ook opvallend: het schuldgevoel dat mij parten speelde. Als een groep iets praktisch met mij wilde bespreken, moest ik gebeld of gesmst worden. Of ze moesten een groepsmail sturen of een groepschat op Facebook aanmaken. Ik was lastig.

© ap.
© anp.

Beperken
Ik merkte daarnaast dat ik, gelukkig alleen in het begin, moeite had met het niet in contact zijn met mensen. Mijn whatsappgesprekken
verplaatsten zich eventjes stiekem naar de mail of naar Facebook. Uit gewoonte pakte ik mijn telefoon om WhatsApp te checken. Dan komt het besef: het is er niet meer. En dan opende ik mijn mail of Facebookchat. Die neiging ging vrij snel voorbij. Volgens Kisjes ‘hoort dat gevoel er even bij’.

En dan sms. Had ik met mijzelf afgesproken dat ik dat relatief dure medium alleen zou gebruiken voor praktische zaken zoals afspraken, betrapte ik mezelf er toch weer op dat ik mensen uit mezelf smste. En sms’en kost geld. Maar het hielp me ook de berichtenstroom in te dammen: die paar cent per bericht was óók weer een reden om het sms’en alleen te beperken tot praktische zaken voor zowel mijzelf als degene die mij wilde bereiken.

,,Het is belangrijk om voor jezelf na te gaan waarom je zo veel in contact wilt staan met mensen,” zegt Kisjes. ,,Vaak doen mensen het om anderen te pleasen, het gevoel te hebben dat je erbij hoort. Niet omdat je zelf per se meteen iets terug wil sturen.” Guilty! Hildebrand merkte dat ook: ,,Als ik van een afspraak kwam, was het eerste dat ik deed: op mijn telefoon kijken. Checken of ik nog berichtjes had, of mensen aan me dachten, of ik belangrijk was.” En ondertussen werd ze er steeds onrustiger van. ,,Dan was ik aan het werk, appte ik iemand, en was ik mijn focus compleet kwijt.”

Nu ik een paar weken Whats-Apploos ben, maak ik de balans op. Ik ben geen vriendschappen kwijtgeraakt, heb nog steeds genoeg journalistieke klussen en ben niet eenzaam of ongelukkig. Integendeel! De focus en de rust die Hildebrand beschreef, heb ik ook wat meer gevonden.

Maar toch knaagt het: waarom moest ik WhatsApp helemaal verwijderen om dit gevoel te krijgen? Want, feit blijft: ik mis dingen en dat is zonde. Laatst waren vrienden wat drinken met z’n allen – ik hoorde er te laat van, want het was besproken in de groepsapp. Ander voorbeeld: ik belde een vriend om hem sterkte te wensen bij een begrafenis. ,,Die is al geweest, wist je dat niet?” Nee, want de datum voor die begrafenis was besproken in de groepsapp. Ai.

Advies
,,Voor jezelf een balans zoeken is het beste,” zegt Kisjes. ,,Whats-App is bij veel mensen niet het probleem, maar de wil om constant met anderen in contact te zijn. Dáár moet je iets aan doen.” Verwijderen is dus niet per se een oplossing. Je losmaken van je telefoon wel. Kisjes’ tips: doe de telefoon een avondje uit, zet je meldingen uit, verlaat die hyperactieve appgroep of probeer je telefoon eens een uur links te laten liggen.

En mijn eigen advies: maak je omgeving duidelijk dat je echt niet ieder moment van de dag bereikbaar bent en dus ook niet in staat bent om terug te appen. Zolang mensen dat van je blijven verwachten, blijf jij de neiging hebben keurig aan die verwachtingen te voldoen.

Ander, drastischer advies van Kisjes: kick, zoals ik deed, eventjes een paar weken af. Ik weet niet of ik het groene icoontje nooit meer zal downloaden – zeg nooit nooit. Misschien neem ik alleen WhatsApp op mijn laptop (dat bestaat). Of open ik de app één keer per dag. Of om de drie uur. Maar de whatsappstilte heeft me hoe dan ook goed gedaan. Ik kan nu zeggen: je leven gaat zonder WhatsApp gewoon door – ook al mis je wat borrels en begrafenissen.

Sourced through Scoop.it from: www.ad.nl

See on Scoop.itMediawijsheid en ouders

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s