Is Latijn écht goed voor de talenkennis? Onderwijsmythes doorprikt

— Lees op www.topics.nl/is-latijn-echt-goed-voor-de-talenkennis-onderwijsmythes-doorprikt-a11333622demorgen/

Is schrijven met de hand nog van deze tijd? En wat is het nut van programmeren op school? Zes jaar na hun vorige boek doorprikken pedagogen Pedro De Bruyckere, Paul Kirschner en psycholoog Casper Hulshof in een nieuw boek opnieuw een pak mythes over het onderwijs.
Pieter Gordts 

Is Latijn goed voor je talenkennis?

Het klassieke argument luidt dat wie Latijn studeert, makkelijker andere talen leert. “Dat wordt al zeer lang onderzocht. De oudste bron die we zelf vonden, dateert uit 1923. Maar zelfs toen bleek dat het positieve effect verdween als men rekening hield met de sociaal-economische status van de respondenten”, zegt De Bruyckere. Wel is het zo dat hoe meer verwantschap er is tussen talen, hoe meer kans er is dat de ene taal leren je helpt bij een andere taal.

Eigenlijk sluit het aan bij een breder vraagstuk in de pedagogie: kun je leerlingen één zaak leren waardoor ze iets anders automatisch beter kunnen? Naast Latijn is er het klassieke voorbeeld dat kinderen beter zouden worden in probleemoplossend denken door te programmeren.

“We hopen in het onderwijs vaak op zulke far transfers. Maar de realiteit is een stuk genuanceerder. Hoe meer zaken verwant zijn met elkaar, hoe groter de kans op een transfer. Als je een stuk papier leert meten met een lat, zal het je ook wel lukken om daar een bank mee op te meten. Maar verwacht niet dat kinderen plots strategische inzichten in dagdagelijkse situaties krijgen doordat ze hebben leren schaken”, zegt De Bruyckere.

‘Verwacht niet dat kinderen plots stra­te­gi­sche inzichten in dag­da­ge­lijk­se situaties krijgen doordat ze hebben leren schaken’

Pedro De Bruyckere, pedagoog

Bestaat er iets als 21ste-eeuwse vaardigheden?

De laatste tijd werd menig onderwijshervorming opgezet. “Vaak wordt de noodzaak aan ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ gebruikt om die te legitimeren”, zegt De Bruyckere. Maar bestaat er wel zoiets als vaardigheden van deze eeuw?

©Levi Jacobs

“Er wordt bijvoorbeeld vaak verwezen naar de zogenaamde ‘vier C’s’: creativiteit, communicatie, samenwerking (cooperation) en kritisch denken (critical thinking). Maar het zou fout zijn om te denken dat die zaken vroeger nog niet belangrijk waren. Onderzoekers die het curriculum uit de middeleeuwen vergeleken met een hedendaags voorbeeld, vonden behoorlijk veel overeenkomsten.” Kirschner ziet naar eigen zeggen maar twee vaardigheden die echt 21ste-eeuws zijn, verbonden aan de opkomst van het internet en sociale media: informatiegeletterdheid of het snel en correct kunnen beoordelen van bronnen, en informatiemanagement, of het beheren van alle verkregen informatie.

“Maar daarnaast zijn er twee nog belangrijkere vragen. In hoeverre gaat het om vaardigheden die je kan aanleren, of is bijvoorbeeld creativiteit een persoonsgebonden kenmerk dat je niet kan leren? Dit is een belangrijke discussie”, zegt De Bruyckere. Bovendien spreken we altijd over dé creativiteit of hét probleemoplossend denken. Maar bestaat zo’n generieke vaardigheid wel? Volgens de auteurs wijst het laatste wetenschappelijke onderzoek meer in de richting van domeinspecifieke vaardigheden. Je kan met andere woorden creatief zijn in programmeren, maar niet noodzakelijk in iets anders.

Is schrijven met de hand nog van deze tijd?

Leren schrijven met de hand is essentieel voor het leren lezen

Met de alomtegenwoordigheid van laptops en smartphones steekt de vraag naar het nut van schrijven met de hand vaak op. Het antwoord is overduidelijk: leren schrijven met de hand is essentieel voor het leren lezen. Schrijven geeft het brein meer impulsen dan typen op een laptop. De hersendelen die zo worden geactiveerd, zijn dezelfde als degene die nodig zijn voor het lezen. Bovendien zorgt het eigenlijke bewegen van de hand ervoor dat kinderen letters makkelijker onthouden en herkennen, essentieel voor leren lezen.

Maar er is meer. Onderzoek toont immers aan dat studenten met handgeschreven notities meer onthouden van een les dan hun collega’s die notities maken op een laptop, zowel op de korte termijn als op de lange termijn. Het maakt zelfs niet uit of de studenten de notities herlazen.

De these is dat notities op een laptop letterlijke transcripties zijn van wat er wordt gezegd. Wie echter met de hand schrijft, kan het gesproken woord minder goed volgen: we schrijven immers trager dan dat we typen. Net daar ligt de kracht: we worden gedwongen een synthese te maken.

Is leren lezen natuurlijk?

Het moet een van de meest hardnekkige onderwijsmythes ter wereld zijn: dat leren lezen natuurlijk is. De klassieke manier van leren lezen gaat daar immers niet van uit. Leerlingen leren normaal eerst dat letters en klanken verbonden zijn. Stelselmatig wordt dat opgebouwd naar woorden, zinnen en teksten. Die eeuwenoude methode kent al tweehonderd jaar een uitdager in de globale methode, die vertrekt van het idee dat kinderen zelf betekenis kunnen vinden in teksten en zichzelf kunnen leren lezen. Een beetje te vergelijken met de manier waarop we onszelf leren praten.

Vooral in de Angelsaksische wereld leidde de tegenstelling tussen beide kampen tot heuse reading wars. “Maar ook in ons taalgebied heeft die discussie geleefd. In Nederland wordt de globale methode nog altijd aangeboden”, zegt De Bruyckere.

Er is echter één probleem met de methode: er bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs voor. In de jaren 60 werd een eerste groot onderzoek gevoerd naar welke van de twee methodes het beste zou werken. Het antwoord wees overduidelijk naar de klassieke methode. Datzelfde onderzoek werd in 1997 en 2018 herhaald, steevast met hetzelfde resultaat. En toch steekt dat debat om de zoveel jaar hardnekkig de kop op, tot frustratie van De Bruyckere. “Hoe hard kan het leven van een myth buster zijn? (lacht)

Moet je 10.000 uur oefenen om een expert te worden?

Oefening baart kunst. Onder dat adagium vond enkele jaren geleden het idee de ingang dat iedereen expert kon worden in iets zolang je er maar genoeg tijd in stak. Volgens de Canadese journalist Malcolm Gladwell zouden 10.000 uren oefening iedereen de garantie bieden het niveau van een expert in iets te bereiken.

Al blijkt Gladwell het onderzoek waarop hij zich baseerde blijkbaar niet helemaal goed te hebben verstaan. Niet alleen is het cijfer van 10.000 uur volkomen arbitrair – het kan gerust ook met een pak uur meer, of minder – de stelling gaat voorbij aan de belangrijkste conclusie van het onderzoek: het hangt ervan af hoe je leert. Oefen je met doelen en via een stappenplan, dan word je beter. Doe je dat niet, dan blijf je ter plaatse trappelen.

©Wouter Van Vooren

Zijn juffen toffere leerkrachten dan meesters?

De laatste jaren zijn studentenevaluaties van leerkrachten in opmars. Die beoordelingen wegen ook steeds zwaarder door. Leerlingen en studenten blijken echter slechte beoordelaars te zijn van de mate waarin leerkrachten hen iets bijbrengen. “Maar er bestaat geen bewijs voor een correlatie tussen de beoordeling van leerkrachten door leerlingen en de effectiviteit van de leerkracht”, zegt De Bruyckere.

Wél worden vrouwelijke leerkrachten steevast negatiever beoordeeld door leerlingen. Iets wat, met het oog op de vervrouwelijking van het  beroep van leerkracht, niet onbelangrijk is. “Dat stuitte ons zo tegen de borst, dat we er meteen ook de titel van ons boek van hebben gemaakt”, zegt De Bruyckere.

Juffen zijn toffer dan meesters, Pedro De Bruyckere, Paul A. Kirschner en Casper Hulshof, Lannoo Campus, 172 p.

 

Advertenties

Hattie’s nummer 1: Collective Teacher Efficacy

DUURZAAM ONDERWIJS

In John Hattie’s update van Visible Learning staat Collective Teacher Efficacy (CTE) ondertussen op nummer 1: het heeft bijzonder sterke effecten op de ontwikkeling en prestaties van leerlingen. Hattie baseert zich hierbij vooral op de meta-analyse van Rachel Eels. Daarin wordt CTE gedefinieerd als het gezamenlijke geloof van een schoolteam om positieve resultaten te behalen met de leerlingen.

“… the effect sizes from this study can confidently be considered strong. The beliefs that teachers hold about the ability of the school as a whole to promote positive outcomes were predictive of positive learning outcomes for their students.”(Eels, 2011, p. 130)

Teams die gezamenlijk geloven dat ze de leerprocessen van alle leerlingen kunnen vooruitstuwen door goed onderwijs te geven, investeren veel positieve energie in hun onderwijs, leggen de lat hoog voor de leerlingen, houden vol als het moeilijk gaat en inspireren elkaar om die hoge verwachtingen te halen. Het is een…

View original post 420 woorden meer

De sprong naar het eerste leerjaar. Hoe bepalen wie mag en wie niet?

Kleutergewijs

Eind februari, de tweede helft van het schooljaar draait ondertussen op volle toeren. De periode waar er in de derde, tevens laatste, kleuterklas gedacht en gesproken wordt over ‘zal hij/zij er klaar voor zijn, voor de stap naar de grote school, de stap naar het eerste leerjaar?’. Schoolrijpheidstoetsen worden boven gehaald; gesprek wordt op gang gebracht, zowel intern met collega-kleuterleid(st)ers en zorgteam, maar binnen enkele maanden ook (en vooral) met de ouders van de derdeklassers.

Hoe weet je of een kind klaar is voor de sprong?

Vandecandelaere en Struyve (2016) verwijzen in hun artikel omtrent ‘advies na de derde kleuterklas’ naar volgende aspecten in relatie tot schoolrijpheid: cognitieve aspecten (zoals voorbereidende taal- en rekenvaardigheden), psychosociale aspecten (zoals werkhouding, samenwerken, taakgerichtheid en zelfstandigheid) en omgevingsfactoren (zoals sociaal-economische gezinsstatus, thuistaal, geboortekwartaal van het kind, en ouderbetrokkenheid op school). De onderzoekers benadrukken dat het bepalen van schoolrijpheid een samenspel is tussen al deze factoren, en dat het niet herleid…

View original post 758 woorden meer

De Nederlandse versies van de studieposters van The Learning Scientists — Leren.Hoe?Zo!

Originally posted on X, Y of Einstein?: Enkele weken geleden bracht ik de 6 Engelstalige posters die Yana Weinstein (University of Massachusetts Lowell) & Megan Smith (Rhode Island College) samen met Oliver Caviglioli uitwerkten. Omdat deze posters zo fijn waren om te gebruiken in het onderwijs, bood ik aan om deze te vertalen naar het…

via De Nederlandse versies van de studieposters van The Learning Scientists — Leren.Hoe?Zo!

De napster van wetenschappelijke tijdschriften: Sci-hub

Herblogd van Pedro de Bruyckere:

Heel regelmatig zie ik de vraag passeren op twitter: wie heeft er toegang tot dit wetenschappelijk artikel. Zelfs als je verbonden bent aan een universiteit kan het je parten spelen dat je instituut geen toegang heeft tot een bepaald journal. Dan zijn er een paar opties:

  • je vriend Google: waarbij je de titel van het artikel niet in scholar opzoekt, maar in de gewone zoekmachine waarbij je soms geluk hebt dat het artikel gewoon op de persoonlijke pagina van een van de onderzoekers staat,
  • de onderzoekers contacteren, of
  • je geldbuidel bovenhalen.

Er zijn nog opties zoals dus op twitter vragen wie er wel toegang heeft, op researched en dergelijke rondzoeken, enzovoort.

Maar er is een andere optie, namelijk Sci-hub dat zowat de napster van de wetenschappelijke publicaties. Via een ingenieus systeem (en een pak vrijwillige onderzoekers) zijn ondertussen al meer dan 47 miljoen (!) wetenschappelijke artikels gedownload van achter de paywall en vrijgemaakt voor iedereen.

Lees het verhaal achter de Robin Hood van de wetenschap in dit artikel van Neurobonkers en bezoek de site zelf hier.

Het is wellicht even (i)legaal als Napster, maar ook de vergelijking met Robin Hood is niet te ver gezocht.

Sourced through Scoop.it from: xyofeinstein.wordpress.com

See on Scoop.itMaster Onderwijskunde Leren & Innoveren

Hoe versterk je als ouder de autonome motivatie van je kinderen?

 

Herblogd van www.lerenhoezo.wordpress.com

Wie mijn blog al wat langer volgt, weet dat ik me met heel veel interesse verdiep in de Zelf-Determinatie Theorie (Ryan&Deci) en in de handvaten die vanuit dit wetenschappelijk onderbouwde kader worden aangereikt om onder andere als leerkracht, begeleider of als ouder de motivatie van jongeren te helpen versterken.

De afgelopen dagen heb ik het boek “Vitamines van groei, over de motiverende rol van ouders in de opvoeding” (Maarten Vansteenkiste & Bart Soenens, Academia Press, 2013) doorgenomen. In dit boek worden vanuit het kader van de ZDT heel wat tips verzameld die je als ouders kunt hanteren om jouw kinderen te ondersteunen in hun persoonlijke groei. In deze blogpost vat ik de uitgangspunten van deze theorie en enkele tips voor ouders beknopt samen.

Eén van de centrale uitgangspunten van de Zelf-Determinatie Theorie is dat elk van ons (jong en oud) drie psychologische basisbehoeftes heeft, met name de behoefte aan autonomie, competentie en aan verbondenheid.

  • De behoefte aan autonomie bestaat erin dat je het gevoel hebt dat je jezelf kunt zijn en je zelf (mee) aan de basis ligt van de handelingen die je stelt en dat je die handelingen ook kunt onderschrijven.
  • De behoefte aan verbondenheid is de mate waarin je een hechte band hebt met de mensen rondom je heen, de mate waarin ze oprecht geïnteresseerd zijn in wat je doet, de mate waarin ze je ondersteunen.
  • De behoefte aan competentie is het gevoel dat je iets succesvol kunt uitvoeren.

Wanneer deze basisbehoeftes worden gestimuleerd, zal de persoon (meer) autonoom gemotiveerd zijn om bepaalde handelingen te stellen en om zichzelf verder te ontwikkelen en te ontplooien als individu. Personen bij wie deze basisbehoeftes worden voldaan, hebben meer energie, zijn meer flexibel, staan open voor nieuwe ervaringen, vertonen ze minder probleemgedrag, hanteren diepere leerstrategieën, passen aangeleerd gedrag ook spontaan toe in andere situaties, enz.

Wanneer deze basisbehoeften niet worden bevredigd, handelen we als persoon meer vanuit een verplichtende of controlerende ‘moetivatie’, wat ook vaak gevoelens van stress en druk met zich meebrengt.

Als leerkracht, begeleider of als ouder kun je de psychologische basisbehoeftes van jongeren mee helpen versterken door hen vanuit een autonomie-ondersteunende (in plaats van een controlerende), een structurerende (in plaats van een chaotische) en een warme of veilige context (in plaats van een kille) te begeleiden of op te voeden.

Het boek “Vitamines van groei, over de motiverende rol van ouders in de opvoeding” bevat achteraan een handige appendix waarin heel wat tips kort en bondig worden opgelijst die vooraf in het boek uitgebreid werden behandeld. Hieronder vind je een selectie:

  • Probeer je kind vanuit je teleurstelling geen schuld- of schaamtegevoel aan te praten. Hierdoor zal je kind mogelijk wel zijn gedrag aanpassen maar vooral omdat het zich ertoe verplicht voelt. Dit zorgt voor stress en spanning.
  • Probeer geen fysieke straffen te geven. Een ‘pedagogische tik’ zorgt ervoor dat de spanning in de relatie ouder-kind wordt opgevoerd en kan tot een vervreemding tussen ouder en kind leiden.
  • Probeer te letten op de manier waarop je spreekt met je kind. Niet alleen wat je zegt of vraagt maar ook de manier waarop je iets communiceert kan ervoor zorgen dat kinderen zich eerder welwillend dan wel rebels zullen opstellen. Tracht woorden zoals ‘moeten’, ‘verwachten’, ‘horen’, enz. te vermijden ten voordele van woorden zoals ‘kunnen’, ‘voorstellen’ en ‘willen’.
  • Probeer een zinvolle uitleg te geven als je een taak opdraagt aan je kind. Afspraken die logisch onderbouwd zijn worden sneller geaccepteerd en nageleefd. Een uitleg zoals “Omdat ik het zeg” of “Je zult later wel begrijpen waarom ik dit zeg” zal niet worden gepikt.
  • Probeer keuze te bieden aan je kind en inspraak te geven. De keuze kan bestaan uit wat je kind al dan niet doet. Wanneer dat niet mogelijk is, kun je je kind inspraak geven in wanneer, hoe, waar of met wie ze de activiteit uitvoeren.
  • Probeer het gebruik van beloningen te beperken. Beloningen ondermijnen de autonome motivatie op langere termijn. Beloningen werken vaak maar zolang ze worden gegeven. Van zodra de beloning wegvalt, valt ook de motivatie weg om het gewenste gedrag te stellen.
  • De inhoud van de getrokken grens telt! Bepaalde verboden of geboden zullen jongeren gemakkelijker accepteren omdat ze vinden dat je als ouder recht hebt van spreken over die thema’s. Dit is niet altijd het geval als je je als ouder op het persoonlijke territorium (vrienden, kapsel, …) begeeft. Wil je toch tussenkomen, leg dan uit dat je dit niet doet om je te moeien in de persoonlijke kwesties van je kind, maar bijvoorbeeld omwille van de morele aspecten van de kwestie.
  • De stijl van trekken van een grens telt! Hoewel bepaalde grenzen niet gemakkelijk zijn om te trekken, kunnen deze toch op zo’n wijze worden vastgelegd dat de grens door de jongere wordt aanvaard. Het is hierbij belangrijk om het waarom van de grens te duiden en naar de mening van de jongere te peilen en zijn irritatie te erkennen en niet zomaar te negeren of in de kiem te smoren.
  • Probeer waakzaam te zijn voor je eigen ambities. Ouders die kritisch zijn voor zichzelf, leggen de lat ook hoger voor hun kinderen. Ze projecteren hun ambities op hun kinderen en zetten druk op hen om deze waar te maken. Let erop dat de lat haalbaar blijft en dat de geprojecteerde ambities aansluiten bij wat het kind zelf wil.
  • Houd je eigen basisbehoeftes in de gaten. Op dagen die voor jou als ouder frustrerend waren, omdat je basisbehoeftes aan autonomie, verbondenheid en competentie niet werden vervuld, is je emmer sneller vol. Vertel je gezinsleden dat een slechte dag hebt gehad en dat je wat krediet wilt. Als je toch uitvliegt, is er niets mis mee om nadien je verontschuldigingen aan te bieden.“De bevrediging van jouw basisbehoeftes is niet enkel de motor van je persoonlijke groei, maar het bezorgt je ook de nodige energie om maximaal de groei van je kind te ondersteunen
    (Vitamines van groei, over de motiverende rol van ouders in de opvoeding” (Maarten Vansteenkiste & Bart Soenens, Academia Press, 2013)

 

blokken-abc-19781664

 

Wil je meer weten over de Zelf-Determinatie Theorie? Bekijk dan o.a. ook de TED talk van Ed Deci via deze blogpost, raadpleeg www.selfdeterminationtheory.org of misschien vind je ook deze sketchnote wel leuk die ik eerder heb gemaakt:

ZDT

Sourced through Scoop.it from: lerenhoezo.wordpress.com

See on Scoop.itMaster Onderwijskunde Leren & Innoveren

Promotie: Duurzame feedback helpt studenten kritisch nadenken

Hoe krijg je studenten zover dat ze proberen de leerstof echt te doorgronden en er kritisch over na gaan denken? Promovendus Gerry Geitz stelde vast dat dit diepe leren kan worden gestimuleerd door studenten duurzame feedback te geven, gericht op het ontwikkelen van vaardigheden om zelf actief feedback te zoeken. Op 15 januari 2016 verdedigt ze bij de Open Universiteit in Heerlen haar proefschrift Sustainable Feedback in Higher Education; Relation Between and Changeability of Self-Efficacy, Goal Orientation, and Learning Behavior.

Opleiden voor niet bestaande beroepen

Diep leren gaat bijvoorbeeld over het leggen van verbanden, het doorgronden en echt willen begrijpen van de tekst en kritisch nadenken daarover. Wie dat kan, is in staat om nieuwe ideeën te koppelen aan al bekende concepten en ze zo te benutten voor het oplossen van vraagstukken in onbekende situaties. Dat is een belangrijke vaardigheid in onze snel veranderende wereld waarin het beroep waarvoor we studenten opleiden er misschien al weer helemaal anders uitziet tegen de tijd dat ze afgestudeerd zijn.

Feedback richten op de toekomst

Feedback is een krachtig instrument om het leren van studenten te stimuleren. Gerry Geitz onderzocht hoe feedback eruit moet zien om diep leren te stimuleren. Zij concludeert dat feedback daarvoor moet worden ondersteund door feedbackdialogen en activiteiten die studenten niet alleen informeren over hun huidige taak, maar hen ook leren om bij toekomstige taken zelf feedback te zoeken. Als studenten leren actief naar feedback te zoeken, in plaats van alleen vanuit de tutor feedback te ontvangen, komen zij meer in control. Zij zijn dan beter in staat betekenis te geven aan de feedback en kunnen deze als gelijkwaardigen bediscussiëren met hun medestudenten. Zo wordt dieper over de stof nagedacht.

Examentijd

Een probleem is dat naarmate een examen nadert, het eventueel aanwezige diep leren bij studenten vaak plaatsmaakt voor oppervlakkig leren. Geitz deed onderzoek onder eerstejaars studenten in hoger onderwijs met deze duurzame benadering van feedback. Ze stelde vast dat de studenten die met duurzame feedback hebben gewerkt, in staat waren om hun initiële diep leren te behouden naarmate een examen naderde. De groep studenten die niet met de duurzame feedback heeft gewerkt hield het diep leren minder vast.

Promotie

Gerry Geitz verdedigt haar proefschrift Sustainable Feedback in Higher Education; Relation Between and Changeability of Self-Efficacy, Goal Orientation, and Learning Behavior op vrijdag 15 januari 2016 om 13.30 uur aan de Open Universiteit in Heerlen. Haar promotor is prof. dr. Paul Kirschner van de Open Universiteit. Eveneens van de Open Universiteit is haar co-promotor dr. D Joosten- ten Brinke.

Lees meer in het persbericht.

Sourced through Scoop.it from: www.ou.nl

See on Scoop.itMaster Onderwijskunde Leren & Innoveren